maandag 28 november 2011

De arbeidsmarkt als kringwinkel

De milieutechnologie staat niet stil. Geïnspireerd door eco-goeroes zoals Michael Braungart en William McDonough gaan eco-progressieve bedrijven over tot de creatie van cradle-to-cradle-producten (C2C), producten waarbij elke vorm van afval vermeden wordt en men zelfs probeert gebruiksvoorwerpen te “up”-cyclen in plaats van louter te down- of recyclen.

Zo werkt de designafdeling van Ford momenteel momenteel aan een pure C2C-auto,
de Ford U; Trigema, de grootste Duitse T-shirt fabrikant, ontwikkelde 100% composteerbare T-shirts; Droog Design levert hooi-met-harsbanken en –tuinstoelen die aan het einde van hun levenscyclus volledig herbruikt kunnen worden; Herman Miller produceert zijn befaamde Mirra bureaustoelen volgens de C2C-principes zodat de gebruikte materialen opnieuw tot op moleculair niveau kunnen worden gescheiden,…

maandag 7 november 2011

Ter promotie van demotie

In Vlaanderen heeft nog nauwelijks meer dan één derde van alle 55-plussers een betaalde baan. Met een werkzaamheidsgraad boven de 55 jaar van 35,8 procent blijven we achterop hinken in vergelijking met andere Europese lidstaten. Die lage arbeidsparticipatie is onhoudbaar. Door de vergrijzing kampt onze arbeidsmarkt namelijk steeds meer met een tekort aan arbeidskrachten. Om onze economische concurrentiepositie te kunnen behouden en ons sociaal bestel te vrijwaren, zal al het beschikbare talent aangesproken en ingeschakeld moeten worden. Er zal, met andere woorden, met meer mensen gewerkt moeten worden. Tegelijk zullen die mensen ook langer moeten werken.

maandag 24 oktober 2011

Schaap met vijf poten

De connaisseurs van het Nederlandse cabaret herinneren zich wellicht nog de succesvolle Nederlandse televisieserie “Het schaap met de vijf poten”. Deze kortstondige serie die in 1969-1970 liep, verzamelde een cast van excellente acteurs en actrices die veelal ook actief waren in andere artistieke genres zoals het cabaret, de film, het levenslied en het circus: Piet Römer, Leen Jongewaard, Adèle Bloemendaal, Willeke Van Ammelrooy, Piet Hendriks, Cor Witschge, Edda Barends, Kees Brusse en Ronny Bierman. De serie leverde enkel hits op zoals “Het zal je kind maar wezen” en “We benne op de wereld om mekaar, om mekaar, om mekaar, om mekaar, om te helpen, niewaar?”Vandaag zijn nog teveel werkgevers ervan overtuigd dat ze ook zo’n cast van excellente spelers kunnen samenstellen voor hun onderneming. De Vlaamse minister van Werk stelde onlangs nog in een kranteninterview dat “bedrijven nog steeds op zoek zijn naar een schaap met vijf poten”. Deze bedrijven zijn zich nog niet ten volle bewust van de War on Talent die nieuwe denk- en doeschema’s vraagt inzake human resources-beleid. Schapen met vijf poten zijn immers uiterst zeldzaam en werkgevers vertonen dan ook dikwijls een schaapachtige blik wanneer ze zo’n schaap niet vinden.

woensdag 12 oktober 2011

Inspirerend ondernemen

Inspirerend ondernemen

Op de recente European Jobdays ontmoette ik Sabirul Islam. Deze twintigjarige jonge ondernemer heeft naar Belgische normen een ongewoon loopbaanparcours doorlopen. Hij groeide op in East London waar hij geconfronteerd werd met geweld, misdaad, drugs en sociale uitsluiting. Om hieraan te ontkomen richtte hij reeds op 14-jarige leeftijd een eigen bedrijfje “Veyron Technology” op en putte daaruit zoveel passie dat hij er een persoonlijke missie bijnam: jongeren inspireren tot ondernemerschap en ondernemingszin. Zijn boek “The World at your Feet” dat hij als 17 jarige op de markt bracht, vertolkte zijn missie. Hij gelooft dat in elkeen talent zit en dat je moet vechten om je droom waar te maken. Dit élan deed hem een jaar later samen met een aantal 13-15 jarigen een game “Teen-Trepreneur” ontwikkelen dat vandaag in bijna 500 scholen wordt gebruikt om jongeren te sensibiliseren rond ondernemerschap. Nu wil hij op één jaar tijd 1 mio jonge mensen in 20 landen inspireren rond dit thema. Het zal hem zeker lukken want ik heb zelden iemand met zoveel charisma en vista ontmoet.

maandag 26 september 2011

IPA 2.0

Trendwatchers zoals Herman Konings, Fons Van Dyck, Jef Staes, Peter Hinssen en Nathalie Bekx geven elk op hun domein aan dat de verhoudingen in de samenleving grondig wijzigen. Door het internet en de massale kennisverspreiding aan de ene kant en de hogere scholarisatiegraad van de bevolking aan de andere kant verschuift de macht van de producent naar de consument, van de leverancier naar de klant, van de leerkracht naar de “lerende”, van de dokter naar de patiënt, van het politiek apparaat naar de burger, … Consumenten, klanten, leerlingen, patiënten, burgers …. zeker zij die behoren tot de AC-generatie (After Computer) …. stellen zich niet meer a priori afhankelijk op van hun tegenpartij maar gaan met deze in discussie op grond van zelf verworven inzichten. Het volstaat daarvoor de onuitputbare bronnen van het internet te raadplegen of om via de sociale media vrienden te bevragen omtrent hun ervaringen en op die wijze aan kennisdeling te doen. Deze burgers verwerken kennis naar hun individuele situatie toe en versterken daardoor hun eigen positie in elk relationeel of onderhandelingsproces. Emancipatie op alle fronten komt zo dichterbij. Daarom zouden alle “institutionele” systemen en actoren deze evolutie moeten omarmen, faciliteren en begeleiden. In eerste instantie zou het onderwijs het internet als leerbron moeten gebruiken en het leergedrag buiten de school moeten includeren in een nieuwe pedagogische aanpak.Vanzelfsprekend houdt deze globale beweging ook uitdagingen in voor de arbeidsmarkt. Uitdagingen die nog verscherpt worden door de demografische ontwikkelingen die op zich reeds de positie van de werknemer in de toekomst zullen versterken. De vergrijzing maakt immers dat in de War on Talent de werknemer in pole position komt te staan en dat misschien het paradigma van wie betiteld kan worden als “werkgever” dan wel “als werknemer” zal worden omgegooid. Zien we niet reeds in de creatieve economie kiemen van een nieuw arbeidsorganisatiemodel waarbij diegene die we nu nog werknemer noemen in feite onderhandelt vanuit het feit dat hij tijdelijk en conditioneel zijn werk wil geven, zijn arbeid wil aanbieden aan iemand , de “oude werkgever” die het al dan niet kan nemen? Zien we eenzelfde evolutie niet in de ZZP’s (zelfstandigen zonder personeel), het toenemend aantal freelancers en de uitbreiding van consultancy-functies?

dinsdag 13 september 2011

Hommage à un ami

Jean-Pierre Méan gaat met pensioen. Wie? Nooit van gehoord? Velen zullen hem niet kennen en dat illustreert nog maar eens welke kenniskloof er gaapt met wat gebeurt in het zuiden van het land. Méan is immers de baas van de Forem en dit reeds sedert 1989, de splitsing van de RVA en de oprichting van de Forem. De Forem is als Waalse publieke bemiddelings- en opleidingsdienst, thans één van de grootste werkgevers in Wallonnië en één van de belangrijkste publieke instellingen. In zijn hoedanigheid van leidend ambtenaar van de Forem werd Jean-Pierre meermaals geconfronteerd met het beeld dat zijn organisatie een onderdeel was van de Waalse werklozencultuur en een logge, sterk gepolitiseerde publieke instelling die alle macht naar zich toetrok. Hij leed erg onder dit vals beeld en deed er alles aan om deze perceptie te bestrijden. Zo was Méan zeker geen voorstander van een hangmatcultuur maar een medestander van het eerste uur van het activeringsbeleid dat toenmalig federaal minister, Frank Vandenbroucke, op poten zette. Ook al lag één en ander moeilijk bij sommige partners in zijn Raad van Bestuur, toch trok hij consequent de kaart van “rechten en plichten” bij de implementatie van het reïntegratiebeleid. Getuige hiervan is de statistische vaststelling dat de Forem de VDAB heeft bijgebeend inzake het overmaken van gegevens van werkonwillige werkzoekenden aan de RVA. Méan was ook een uitgesproken voorstander van samenwerking en partnerschappen. Voor zijn open samenwerking met de commerciële private sector kreeg hij trouwens in 2006 de Federgon-prijs. Dat zegt voldoende.

donderdag 25 augustus 2011

Londen Calling

Wie herinnert zich nog de beroemde punk song “London calling” van de legendarische Londense band “The Clash” met Joe Strummer als charismatische zanger?
London calling to the faraway towns
Now war is declared, and battle come down
London calling to the underworld
Come out of the cupboard, you boys and girls”
Deze woorden schoten me weer te binnen bij de recente rellen in de Britse hoofdstad waar vooral jongeren de “clash” aangingen met de ordehandhavers. Opvallend was dat in de meeste krantencommentaren gegrepen werd naar de torenhoge jeugdwerkloosheid als één van de voornaamste verklaringsgronden voor deze onverwachte woede-uitbarsting. Dat jongeren zonder werk en toekomstperspectieven tot véél in staat zijn - inzonderheid ook door gebruik te maken van de nieuwe sociale media als guerrillatechnieken - bleek overigens ook al uit de succesvolle Noord-Afrikaanse opstanden tegen de traditionele machthebbers en vermolmde regimes.

dinsdag 16 augustus 2011

De kracht van een klacht

Toen de Spaanse luchtvaartmaatschappij zonder boe of bah onze internationale vlucht annuleerde, legde ik een klacht neer. Maar er kwam noch een bevesting, noch een antwoord of verontschuldiging. Ons reisagentschap zei dat dit een normale gang van zaken is bij bepaalde luchtvaartmaatschappijen. Wat een contrast met het kleine Indisch textielbedrijfje dat ik ooit bezocht. Daar stond volgende leuze goed zichtbaar boven de onthaalbalie “Customers complaints are the schoolbooks from which we learn”. Dit bedrijf stond in tegenstelling tot de luchtvaartmaatschappij helemaal niet negatief tegen klanten die klachten hebben ivm de geleverde service maar greep deze klachten juist aan als een uitgelezen opportuniteit om iets bij te leren en de dienstverlening te verbeteren. Zelfs t.a.v. “de professionele klagers” had het bedrijf een policy. Indien er teveel professionele klagers binnenkwamen, betekende dit dat de initiële voorwaarden en relaties t.a.v. de klant en/of het imago van het bedrijf onvoldoende duidelijk waren. Maar ik was vooral gecharmeerd door de verwijzing naar de “schoolboeken”. Daarmee werd cultureel aangegeven dat men een basishouding moet hebben om te luisteren naar de burger, naar de klant en dat dit een onderdeel is van een goede opvoeding en vorming. De dagdagelijkse vormgeving van elke vorm van dienstverlening wordt immers in sterke mate mee bepaald door de klant. Klachten maar evenzeer dankbetuigingen en tevredenheidsmetingen vormen een directe weergave van de houding van de klant t.o.v. de verleende dienstverlening en zijn dus directe impulsen om de kwaliteit ervan te beoordelen.

woensdag 6 juli 2011

Recht op rechten


“Taking rights seriously”, zo luidt de titel van het meesterwerk van de Amerikaanse rechtsfilosoof Ronald Dworkin. Hij gaat in zijn werk na wat de best mogelijke conceptie van recht is. Hoe wordt het recht het best ingericht? Wat verzekert de legitimiteit van recht? Dworkin hanteert daarbij twee criteria. Het eerste criteria is de verklaringskracht: hoe beter je recht en rechten maatschappelijk kan verklaren, hoe beter het rechtssysteem. Het tweede criterium betreft de rechtvaardigheidskracht: naargelang er betere politiek-filosofische en ethische argumenten kunnen gegeven worden voor het rechtsysteem, zal de grondslag van het recht sterker zijn.

dinsdag 21 juni 2011

De creatieve collega's

Overheidsinstellingen moeten nog vaak in de publieke opinie opboksen tegen het oude imago van “De Collega’s”, ook al dateert deze BRT-serie reeds van 1978! Toch zijn de meeste overheidsorganisaties inmiddels grondig veranderd en kunnen ze op vele punten de vergelijking met privé-organisaties qua efficiëntie en effectiviteit, HR-aanpak en opleiding en stakeholdersbetrokkenheid aan. Ik pik er slechts twee voorbeelden uit: de Federale Overheidsdienst Sociale Zaken die evolueert van een gesloten, bureaucratisch ministerie naar een open, moderne iPad-organisatie én het Agentschap Ruimte & Erfgoed dat de doorstoot maakte naar een flexibele, waardengedreven en slagkrachtige organisatie.