donderdag 22 oktober 2015

Californian Dreaming


Als je dit leest, ben ik al weer op terugreis vanuit Silicon Valley met een koffer vol indrukken, prikkels en gedachten ... Eigenlijk had ik hier nog een maand willen blijven omdat er hier nog ontzettend veel te ontdekken en te leren valt. Misschien is het een beter idee om een team jonge beloftevolle Vlaamse ambtenaren hier enkele maanden op stage te sturen zodat ze de spirit van Silicon Valley zich eigen kunnen maken. Die spirit is een mengsel van passie en ambitie! En ondernemerschap dan, zal je je afvragen? Wel, mensen met passie en ambitie zijn sowieso ondernemend. Dat bleek uit de getuigenissen van de nieuwe leidende bedrijven zoals Google en LinkedIn, de verhalen van de Vlaamse start ups, de dromen van non profit organisaties zoals Khan Academy en Singularity University. De toch wel zwaarwegende negatieve -en zeer herkenbare- schaduwkanten van Silicon Valley zoals de hoge loon- en woonkosten en het dagelijks fileleed, tasten de spirit van deze ondernemers en ondernemingen niet aan. "Californian Dreaming" blijft hun lijflied. Het is ook duidelijk dat de oude IT mastodonten zich moeten heruitvinden om te overleven. Maar de "oude rot" Brian Wilson van EMC (niet die van de Beach Boys) bezorgde onze groep alvast heel wat "good vibrations" met zijn passioneel verhaal over smart data, customer interfaces en open data architectuur.

De rondreis maakte ook duidelijk dat we als overheid onze goudmijnen aan data echt moeten exploreren en exploiteren om betere services aan te bieden aan burgers en bedrijven. De aanpak van Nordfolk (UK) zoals Suparno Banarjee van HP toelichtte, kan hierbij als inspiratie dienen. Waarom zouden we dat interdisciplinair of interdepartementaal team jonge ambtenaren na hun stage in Silicon Valley niet samenbrengen in een soort Data Lab waar ze de data van diverse databanken met mekaar kunnen verbinden om echt maatwerk te bieden aan onze klanten?

De meest dominerende gedachte betreft het onderwijssysteem. De presentaties van Coursera, de absolute nummer 1 inzake MOOC's, en van Khan Academy maken duidelijk dat ze het huidig onderwijssysteem op zijn minst door elkaar schudden. Coursera heeft nu al meer Belgische studenten dan onze grootste universiteit. Khan Academy bereikt met zijn online aanbod al enkele tientallen miljoenen leerlingen over gans de wereld. Beide bedrijven zijn nauwelijks enkele jaren jong. Hun aanpak geeft stof tot nadenken over het optimaliseren en herinrichten van ons onderwijs op verschillende niveaus. Dat niet doen, kan fataal zijn op termijn.

Tot slot is wat chauvinisme op zijn plaats. We ontdekten hier Vlamingen die we niet of te weinig kennen maar die meer kunnen betekenen dan Astrid Bryan. Niet alleen de jonge ondernemers die eerder uitvoerig in De Tijd aan bod kwamen maar ook een Wim Coekaerts, de rechterhand van Larry Ellison bij Oracle, een Kristof Vos bij Google of een John Baekelmans bij Cisco. Allen hebben ze 1 gemeenschappelijke kenmerk: de bezetenheid van die typische ‘Silicon Valley-spirit’ en de bereidheid om die kennis door te geven aan landgenoten.

Let's do some Californian Dreaming!

Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB

ICT als het nieuwe ABC

Er is mij deze middag iets opgevallen. Ik vertoef hier nu toch al enkele dagen in het Mekka van de IT-wereld en we hebben al enkele tientallen bedrijven bezocht, maar nog niet één keer heb ik daar moedeloze verzuchtingen gehoord over ‘bottle-neck vacancies’ of ‘skills-shortages’. Het imago van Silicon Valley zal wel automatisch voor een sterke instroom van talent zorgen, maar toch, wat een contrast met Vlaanderen. Op onze jaarlijkse lijst van de knelpuntberoepen staat er naast enkele ICT-beroepen al 10 jaar een onheilspellend rood uitroepteken. Niet minder dan 1 op 4 ICT-vacatures is een knelpuntvacature. We hebben al jaren een tekort aan analist-ontwikkelaars, databankbeheerders, ICT integratie- en implementatie experten,…  Tegen 2020 verwacht men in Europa alleen al een tekort van niet minder dan 900.000 ICT-professionals.
Nochtans wordt er in ons onderwijs al jaren ingezet op het stimuleren van computervaardigheid, dus waar loopt het mis? Waarom blijven de informatica richtingen in ons secundair en hoger onderwijs onderbemand ten opzichte van de enorme vraag en opportuniteiten op de arbeidsmarkt?
Computers worden in veel scholen in Vlaanderen dagdagelijks gebruikt in de klas. Sommige waagden zelfs de grote sprong voorwaarts, denken we maar aan de commotie over het ‘iPad-klasje’ van enkele maanden geleden. We leren onze kleuters ‘swipen’, en onze leerlingen staren naar een computerscherm of een ‘smart-board’ in plaats van het aloude krijtbord. Maar dat doen ze in hun vrije tijd sowieso ook al… De inzet van computers dient eerder om de opdracht van de leerkracht te ondersteunen dan om de leerlingen te prikkelen en klaar te stomen voor een digitale kenniseconomie. Het gaat namelijk niet over veel of weinig computers in de klas, maar over hoe we in het algemeen ICT-kennis en vaardigheden verweven in het scholingsproces. Door een kind al zijn rekensommetjes of taaloefeningen te laten maken op een tablet leert het niets over hoe dat ding werkt en wat de logica is achter de nulletjes en de eentjes. 
Enkele eeuwen geleden beheersten slechts een handvol notabelen en clerus de kunst van het lezen en schrijven. Ik kan mij voorstellen dat ‘Briefopsteller’ toen een hardnekkig knelpuntberoep was omdat er briefwisseling nodig was voor allerlei officiële communicatie, maar de ‘klassieke geletterdheid’ zeer laag was. Met de opkomst van de drukpers werd geschreven communicatie echter alomtegenwoordig, en dus groeide voor de maatschappij en het individu de nood om zich deze kunst eigen te maken. Het onderwijs was hierbij een belangrijke hefboom. De briefopstellers werden hierdoor zo goed als overbodig maar konden zich bijscholen en bij kranten en uitgeverijen aan de slag.
In de laatste 2 decennia hebben we aan veel hoger tempo een gelijkaardige evolutie meegemaakt met de opkomst van de digitale communicatietechnologie. Waar dit destijds aanleiding gaf tot instituties zoals de schoolplicht en een aangehouden strijd tegen de ongeletterdheid, lijken we nu echter onvoldoende te beseffen dat deze digitale revolutie even bepalend is voor ons burgerschap en dus gelijkaardige ingrijpende inspanningen nodig zijn. Zoals elk kind in de lagere school Frans begint te leren als tweede taal, zou het evenwaardige lessen  ‘Apps schrijven’ of ‘hardware herstellen’ moeten krijgen. We leren onze kleuters al tellen en het alfabet schrijven in kleine en in hoofdletters. Tegelijkertijd beschikt slechts een handvol programmeurs en consultants over een up-to-date ICT-kennis. De OESO raadt dan ook in de studie waar ik in mijn eerdere blog reeds naar verwees terecht aan om te beginnen met alle leerkrachten de hard- en software van ICT bij te brengen, zodat ze goed kunnen inschatten op welke manier ze computers en tablets resultaatgericht kunnen inzetten in hun klaslokaal.
En het zal niet volstaan om het tekort aan ICT-talent te lijf te gaan met meer aandacht voor hard-skills zoals programmeertalen, ook een algemene vorming moet blijven vooraan staan. We moeten onze leerlingen coachend de ‘competenties van de toekomst’ bij brengen, want deze soft-skills zijn nu al te afwezig in het curriculum van onze huidige ICT’ers. Niet toevallig zijn de ICT-beroepen waar de grootste vraag naar is diegene waarvoor men niet enkel moet kunnen programmeren, maar ook moet connecteren met klanten en partners, waarvoor men assertief en wendbaar moet zijn en een kritische maar oplossingsgerichte houding moet kunnen aannemen. We moeten elke jongeling met een neus voor ICT durven prikkelen met spannende succesverhalen van ‘Belgische’ start-ups zoals Showpad, Engagor, Sparkcentral,… die momenteel in de VS uitgroeien tot mature innovatieve ondernemingen. ICT is dus verre van ‘boring stuff’, maar juist het middel bij uitstek om van een goed idee een winstgevend product en een toekomstgericht bedrijf te maken. Het zijn de bedrijven en dus werkgevers van de toekomst.
Om ze te laten floreren door te anticiperen op opkomende trends en nieuwe behoeftes volstaat het niet ze vol te proppen met ICT-experten. Wat deze bedrijven nodig hebben zijn ‘allround’-professionals die van jongs af het ICT-alfabet mee hebben gekregen, om te kunnen connecteren en co-creëren met hun klanten en zo steeds de beste oplossingen aan te rijken. ICT moet voor elke burger een tweede moedertaal worden, en waarom trainen we de ‘soft-skills van de toekomst’ niet zoals we wekelijks wél leren turnen en volleyballen tijdens de LO-les?

Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB

The New Gold Rush

Naar Amerika vliegen roept bij mij nog steeds de connotatie met de trek naar het Wilde Westen op. De boeken van Karl May en Arendsoog en de stripverhalen van Lucky Luke, Blueberry en Jerry Spring zijn hier niet vreemd aan. Ik verslond als jonge knaap cowboy- en indianenverhalen met de vleet. Door die verhalen leerde ik ook de Californian Dream te ontdekken, de Gold Rush die zich in deze streek voordeed in de jaren 1848 – 1850. Duizenden avonturiers gingen koortsachtig op zoek naar goud nadat Sam Brannan uit Sutter’s Creek in San Francisco had uitgebazuind dat het goud te rapen viel in de Californische bergen. De Gold Rush zorgde voor een gigantische landverhuizing en vele goudzoekers vonden enkel goud in hun dromen na het drinken van enkele flessen goedkope brandy…
Vandaag voel ik me ook een beetje goudzoeker op weg naar Californië… Ik vorm geen onderdeeltje van een massale stroom maar van een klein gezelschap ambtenaren van de Vlaamse overheid die op bezoek gaan naar Silicon Valley… We hebben geen dorst naar brandy wel naar inzichten die ook de publieke sector kunnen inspireren op vlak van innovatie, creativiteit, ondernemerszin,… “Data”, smart en big, zijn het goud naar waar ik nu op zoek ben hier in de Wireless West. Hoe kunnen we innoveren met informatie, door data te verzamelen en intelligent te be- en verwerken nieuwe, proactieve maatwerkdiensten aan onze klanten aanbieden, customer journeys definiëren op grond van door data onderbouwde kennis van “peer”-groepen of klanten?
Overheidsorganisaties zitten meestal op een berg van informatie maar ontginnen nauwelijks of niet het informatie-goud dat hier in zit. Als VDAB alleen al hebben we elk jaar gegevens over bijna 400 000 werkzoekenden, enkele honderd duizenden werkenden en duizenden bedrijven… Over de jaren heen vormt dit een gigantisch “klanten-databestand”…. Wat zouden we kunnen doen indien we die data niet alleen “in real time” gebruiken in de directe matchingsprocessen maar ook “in virtual time” zouden gebruiken om “Amazon”-achtige maatgerichte diensten aan te bieden die fitten bij het arbeidsmarkt-consumentengedrag van werkzoekenden, werkenden en bedrijven? Zouden we dan bijvoorbeeld niet in staat zijn om de 5000 jonge werkzoekenden die enkel een ASO-diploma hebben beter te oriënteren op de arbeidsmarkt in functie van de meest succesrijke trajecten van hun voorgangers? Of werkgevers proactief - dwz zonder dat ze per se een vacature hebben - kandidaten aan te bieden met een profiel waar ze eerder naar zochten? Of werknemers die in een bepaalde loopbaanfase zitten gerichte, proactieve adviezen te geven op grond van gecapteerde ervaringen van lotgenoten? Of… en ga zo maar door… Dat hier veel uit te halen valt blijkt al uit een eerste doodeenvoudige test waarin we het klik- en zoekgedrag van werkzoekenden op onze website hebben nagegaan… Verrassend was dat één op twee via dit gedrag op zoek is naar informatie over jobs en opleidingen die niet beantwoorden aan het geregistreerd beroepsprofiel… Echt een enorme opportuniteit voor ons als VDAB omdat we die werkzoekenden kunnen “verrassen” met job- of opleidingsaanbiedingen die ze eigenlijk niet verwachten. Zo kan je klanten blij maken!
Vandaag krijg je op jouw TV-scherm programma’s en films in functie van jouw interesse, kan je programma’s stoppen, terugspoelen, doorspoelen, opslaan,… Stel je voor dat we dit ook kunnen doen als het over werk gaat…!
Enigszins paradoxaal hoop ik daarom in deze vallei het juiste gerief te vinden om onze berg aan data te ontginnen. Dan kan er wel één glas brandy af!

Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder 
VDAB

Death of Silicon Valley aan de Noordzee?

Wordt Vlaanderen de dode vallei aan de Noordzee of niet? Die gedachte schoot me gisteravond te binnen, toen ik in mijn hotelkamer mijn dag overliep. Die was weer goed gevuld met bezoeken en ontmoetingen her en der in Silicon Valley. In de vruchtbare fruitvallei van weleer worden vandaag de meest ambitieuze technologische innovaties bedacht en uitgewerkt. Innovaties die onze toekomst zullen vormgeven. Of dat in Vlaanderen ook niet kan, vroeg ik me gisteravond af. Er zijn bij ons heel wat plus-factoren aanwezig: human capital met potentieel, succesvolle voorbeelden van startups die in hun sector tot de wereldtop behoren, kennisinstellingen die in de rankings meer dan behoorlijk scoren. Maar voorlopig is er van een vruchtbare vallei aan de Noordzee nog geen sprake. Daarvoor ontbreken een aantal cruciale elementen. Als hoofd van de VDAB, onthou ik vooral drie dingen – die ook De Tijd-correspondent Roel Verrycken vorige week vermeldde: dat medewerkers in Silicon Valley nooit ambitieus genoeg kunnen zijn, dat twintigers er het ritme bepalen en dat jongeren vanop de schoolbanken worden aangemoedigd om voor het ondernemerschap te gaan. Toeval of niet, maar recent werden een aantal studies gepubliceerd die tonen hoever we nog van die drie punten verwijderd zijn.

Volgens het jaarlijkse Engagement onderzoek van HR-dienstverlener SD Worx voelen medewerkers zich vandaag minder tevreden en geëngageerd in hun werk dan zes jaar geleden. Ze verwijzen daarvoor onder meer naar het gebrek aan verantwoordelijkheid, groeimogelijkheden en autonomie. Met nefaste gevolgen voor hun betrokkenheid en hun ambitie. Wie zich niet betrokken weet en het gevoel heeft zijn positie niet te kunnen verbeteren, is ook niet geneigd om met nieuwe ideeën voor de dag te komen of om ambitieus te zijn. Integendeel, dan word je passief en nestel je je in de jobzekerheid.

Eerder deze maand was er de OESO-studie ‘Students, Computers and Learning: Making the Connections’, waaruit we concludeerden dat computers op school niet beter doen leren. Experts haastten zich om te corrigeren: de aanwezigheid van een computer alleen maakt inderdaad geen verschil. Wat we nodig hebben is een complete herdenking van de leeromgeving, die samengaat met een andere manier van leren. Een manier van leren die jongeren in staat stelt om op de arbeidsmarkt van morgen hun mannetje te staan. In zijn boek ‘The Network always wins’, besteedt technologie-expert Peter Hinssen, onze gids hier in Silicon Valley, een heel hoofdstuk aan het onderwijs van de toekomst. ICT krijgt daarin een belangrijke plaats. Niet als een doel op zich, maar als een instrument dat helpt om jongeren voor te bereiden op het leven. Een leven te midden van dynamische informatiestromen en netwerken. Een leven in een constant veranderende omgeving. Een leven in een wereld waar de automatisering almaar sneller gaat, en de jobs van vandaag morgen niet meer bestaan. We moeten jongeren de skills meegeven om vlot op het ritme van die veranderende wereld mee te evolueren.

Een vlotte omgang met de technologie vormt een van die vaardigheden. Net als wendbaarheid, leergoesting en ondernemingszin. Die competenties moeten het doel vormen van de toekomstgerichte leeromgeving. Maar ook de ondernemerswereld moet mee. Diezelfde competenties verdienen ook meer aandacht binnen de rekrutering. Talent schuilt niet langer enkel in een diploma en ervaring, in actuele kunde en kennis, maar evengoed – of zelfs: bovenal - in flexibiliteit, passie, potentieel en ondernemingszin.

Willen we het Silicon Valley aan de Noordzee worden, dan moeten niet enkel de ondernemerswereld en het onderwijs mee. We geraken nergens zonder een overheid die alles faciliteert, die (wettelijke) obstakels wegneemt en de verschillende partijen nog meer met elkaar connecteert. Recent stelde Geert Bourgeois “Visie 2050”, een strategie voor Duurzame Ontwikkeling, van zijn Vlaamse regering voor. Een visionaire tekst waarvoor verschillende werkgroepen concrete krachtlijnen en acties zullen uitwerken. Ik hoop dat die werkgroepen geen starre en gesloten communities worden. Onderwijs, economie, mobiliteit, welzijn, institutionele structuren… moeten meer dan vandaag communiceren en elkaar versterken. Anders kunnen we onze ambitie van een Silicon Valley aan de Noordzee opbergen en tot 2050 bewaren. Tegen die tijd zijn we dan verworden tot een Death Valley, een arm Vlaanderen. En daar pas ik voor.



Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB