Er is mij deze middag iets opgevallen. Ik vertoef hier nu
toch al enkele dagen in het Mekka van de IT-wereld en we hebben al enkele
tientallen bedrijven bezocht, maar nog niet één keer heb ik daar moedeloze
verzuchtingen gehoord over ‘bottle-neck vacancies’ of ‘skills-shortages’. Het
imago van Silicon Valley zal wel automatisch voor een sterke instroom van
talent zorgen, maar toch, wat een contrast met Vlaanderen. Op onze jaarlijkse
lijst van de knelpuntberoepen staat er naast enkele ICT-beroepen al 10 jaar een
onheilspellend rood uitroepteken. Niet minder dan 1 op 4 ICT-vacatures is een
knelpuntvacature. We hebben al jaren een tekort aan analist-ontwikkelaars,
databankbeheerders, ICT integratie- en implementatie experten,… Tegen 2020 verwacht men in Europa alleen al
een tekort van niet minder dan 900.000 ICT-professionals.
Nochtans wordt er in ons onderwijs al jaren ingezet op
het stimuleren van computervaardigheid, dus waar loopt het mis? Waarom blijven
de informatica richtingen in ons secundair en hoger onderwijs onderbemand ten
opzichte van de enorme vraag en opportuniteiten op de arbeidsmarkt?
Computers worden in veel scholen in Vlaanderen
dagdagelijks gebruikt in de klas. Sommige waagden zelfs de grote sprong
voorwaarts, denken we maar aan de commotie over het ‘iPad-klasje’ van enkele
maanden geleden. We leren onze kleuters ‘swipen’, en onze leerlingen staren
naar een computerscherm of een ‘smart-board’ in plaats van het aloude
krijtbord. Maar dat doen ze in hun vrije tijd sowieso ook al… De inzet van
computers dient eerder om de opdracht van de leerkracht te ondersteunen dan om
de leerlingen te prikkelen en klaar te stomen voor een digitale kenniseconomie.
Het gaat namelijk niet over veel of weinig computers in de klas, maar over hoe
we in het algemeen ICT-kennis en vaardigheden verweven in het scholingsproces.
Door een kind al zijn rekensommetjes of taaloefeningen te laten maken op een
tablet leert het niets over hoe dat ding werkt en wat de logica is achter de
nulletjes en de eentjes.
Enkele eeuwen geleden beheersten slechts een handvol
notabelen en clerus de kunst van het lezen en schrijven. Ik kan mij voorstellen
dat ‘Briefopsteller’ toen een hardnekkig knelpuntberoep was omdat er
briefwisseling nodig was voor allerlei officiële communicatie, maar de
‘klassieke geletterdheid’ zeer laag was. Met de opkomst van de drukpers werd
geschreven communicatie echter alomtegenwoordig, en dus groeide voor de
maatschappij en het individu de nood om zich deze kunst eigen te maken. Het onderwijs
was hierbij een belangrijke hefboom. De briefopstellers werden hierdoor zo goed
als overbodig maar konden zich bijscholen en bij kranten en uitgeverijen aan de
slag.
In de laatste 2 decennia hebben we aan veel hoger tempo
een gelijkaardige evolutie meegemaakt met de opkomst van de digitale
communicatietechnologie. Waar dit destijds aanleiding gaf tot instituties zoals
de schoolplicht en een aangehouden strijd tegen de ongeletterdheid, lijken we
nu echter onvoldoende te beseffen dat deze digitale revolutie even bepalend is
voor ons burgerschap en dus gelijkaardige ingrijpende inspanningen nodig zijn.
Zoals elk kind in de lagere school Frans begint te leren als tweede taal, zou
het evenwaardige lessen ‘Apps schrijven’
of ‘hardware herstellen’ moeten krijgen. We leren onze kleuters al tellen en
het alfabet schrijven in kleine en in hoofdletters. Tegelijkertijd beschikt
slechts een handvol programmeurs en consultants over een up-to-date ICT-kennis.
De OESO raadt dan ook in de studie waar ik in mijn eerdere blog reeds naar
verwees terecht aan om te beginnen met alle leerkrachten de hard- en software
van ICT bij te brengen, zodat ze goed kunnen inschatten op welke manier ze
computers en tablets resultaatgericht kunnen inzetten in hun klaslokaal.
En het zal niet volstaan om het tekort aan ICT-talent te
lijf te gaan met meer aandacht voor hard-skills zoals programmeertalen, ook een
algemene vorming moet blijven vooraan staan. We moeten onze leerlingen coachend
de ‘competenties van de toekomst’ bij brengen, want deze soft-skills zijn nu al
te afwezig in het curriculum van onze huidige ICT’ers. Niet toevallig zijn de
ICT-beroepen waar de grootste vraag naar is diegene waarvoor men niet enkel
moet kunnen programmeren, maar ook moet connecteren met klanten en partners,
waarvoor men assertief en wendbaar moet zijn en een kritische maar
oplossingsgerichte houding moet kunnen aannemen. We moeten elke jongeling met
een neus voor ICT durven prikkelen met spannende succesverhalen van ‘Belgische’
start-ups zoals Showpad, Engagor, Sparkcentral,… die momenteel in de VS
uitgroeien tot mature innovatieve ondernemingen. ICT is dus verre van ‘boring
stuff’, maar juist het middel bij uitstek om van een goed idee een winstgevend
product en een toekomstgericht bedrijf te maken. Het zijn de bedrijven en dus
werkgevers van de toekomst.
Om ze te laten floreren door te anticiperen op opkomende
trends en nieuwe behoeftes volstaat het niet ze vol te proppen met
ICT-experten. Wat deze bedrijven nodig hebben zijn ‘allround’-professionals die
van jongs af het ICT-alfabet mee hebben gekregen, om te kunnen connecteren en
co-creëren met hun klanten en zo steeds de beste oplossingen aan te rijken. ICT
moet voor elke burger een tweede moedertaal worden, en waarom trainen we de
‘soft-skills van de toekomst’ niet zoals we wekelijks wél leren turnen en
volleyballen tijdens de LO-les?
Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB
Geen opmerkingen:
Een reactie posten