Het zal de lezer niet verbazen… maar ik zit niet graag in een wachtkamer of het nu bij de dokter, bij de tandarts of in de kliniek is. Wat méér is: ik haat wachtkamers. Wachtkamers associeer ik met angstig en nutteloos tijd doorbrengen, klamme handen, zweten terwijl je eigenlijk niks doet. Dode en dodende tijd… geen gevoel van dolce far niente… Afleiding zoeken bij de andere wachtkamergenoten is niet echt een optie… want ook zij schuiven ongemakkelijk over hun stoel heen en weer… met een voortdurende blik op de veel te langzaam voortschrijdende klok… en op de verlossende deur die eindeloos lang gesloten blijft. Veel conversatie met de andere wachtenden is er dus niet. Verkwikking vinden in de wachtkamerliteratuur is evenmin een uitnodigende bezigheid. Gedateerde tijdschriften, pulpbladen, een gamma aan roddelbladen of onverstaanbare technisch beladen literatuur… je verliest er elke goesting om te lezen of te leren.
dinsdag 25 januari 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)