Wellicht doen “De Zeven Werken van Barmhartigheid” bij velen nog een belletje rinkelen. Zes van deze zeven werken kan je terugvinden in het Evangelie volgens Mattheus.
De
almachtige Paus Innocentius III maakte in 1207 de zeven werken compleet door
“de doden begraven” eraan toe te voegen. De zorg voor doden kreeg immers in de
Middeleeuwen een bijzondere betekenis omwille van de talrijke, dodelijke
epidemieën.
“De Zeven
Werken van Barmhartigheid” kan je omschrijven als de toenmalige doelstellingen
van de maatschappelijke zorg. Ondertussen is de zorgsector evenwel sterk
geëvolueerd en geprofessionaliseerd, maar zijn de maatschappelijke uitdagingen
van deze sector er niet geringer op geworden.
Werken in
de zorg is werken met je hoofd, handen en hart. Voor velen is werken in de zorg
een roeping. Ze gaan ervoor! Werken in
de zorg is zorgen dat anderen zich goed en beter voelen. Zorgkundigen maken het
verschil voor mensen die zich in een kwetsbare situatie bevinden. Werken in de zorg
is eigenlijk nog steeds een werk van barmhartigheid en warmhartigheid.
De zorg- en
welzijnssector is één van de belangrijkste sectoren. Zowel voor onze economie
als onze werkgelegenheid. Het heeft een groot belang voor alle mensen, jong en
oud. De roep om de vele openstaande vacatures in te vullen blijft groot. Hoe
zorgen we dat onze HR-mensen in de zorg hun eigen medewerkers kunnen behouden
en nieuwe sollicitanten aantrekken?
Daarom
hebben we de HR-principes voor de zorg vertaald uit de zeven werken van
barmhartigheid naar de zeven werken van de zorg.
1. De hongerigen spijzen.
Om te werken in de zorg, staat op talent geen leeftijd.
Ook 50-plussers hebben honger naar voortdurende (zelf)ontplooiing
van hun talenten. Op talent staat geen leeftijd. Werken in de zorg biedt een
waaier aan uitdagende jobs voor 50-plussers, die hun (nieuwe) talenten willen
ontplooien.
Onze (zorg)economie heeft 50-plussers nodig. Willen we
kwantitatief de knelpuntvacatures bestrijden, dan moeten we zowel meer
50-plussers aan het werk houden als 50-plussers herinschakelen. De gemiddelde 50-plusser leidt een
actief, gezond leven. Bij een jonge, actieve geest past geen inactief
professioneel leven. De 50-plusser heeft heel wat te bieden en kan een
waardevolle bijdrage leveren aan de zorgsector: rijke ervaring, levenswijsheid
en maturiteit.
2. De dorstigen laven
Medewerkers hebben dorst naar een creatieve en innovatieve
jobinhoud gedurende hun hele loopbaan. De HR-manager zal zijn creativiteit
moeten aanspreken om de motor van competentieontwikkeling voluit te laten
draaien om de knelpuntvacatures van de zorgsector in te vullen.
HR-managers in de zorgsector moeten meer dan ooit investeren
in de loopbaan- en competentieontwikkeling van hun eigen medewerkers.
M.a.w. geen banen die gaan lopen… wel loopbanen.
3. De naakten kleden
Kleed je arbeidsorganisatie zo aan dat je medewerkers op een
aangename manier langer kunnen werken. Laat ze niet in hun blootje staan als ze
ouder worden, maar investeer in hun competentieontwikkeling via vorming,
leerladders, persoonlijke ontwikkelingsplannen (POP), stages en werkplekleren.
Kleed je medewerkers voortdurend aan met nieuwe competenties.
4. De vreemdelingen herbergen
Geef ook kansen aan kansengroepen op de arbeidsmarkt door
talentontwikkeling en diversiteit.
Origine, uiterlijke kenmerken bepalen nog te veel het
aanwervingsbeleid. Diversiteit is juist een extra troef omdat de
zorgbehoevenden ook een diverse culturele achtergrond hebben.
Maar kansengroepen kunnen kansengroepen helpen door op te
treden als ervaringsdeskundige. Zo kan het stereotiepe beeld doorprikt worden.
Denk ook verder dan onze taalgrens: de werkloosheid is
driemaal hoger in Wallonië en Brussel . Hier zit een enorm potentieel om in de
Vlaamse zorginstellingen te werken.
5. De zieken bezoeken/verzorgen
De medewerker zoekt naar kwaliteit en een optimale balans
werk-privé. Een medewerker geeft zorg/welzijn wanneer die zelf zorg/welzijn
ervaart op het werk. Want welzijn op
het werk is werken aan welzijn. Welzijn
is meer dan veiligheid, hygiëne, stressbestrijding en gezondheid. In mensentaal
is welzijn op het werk je goed voelen in je job, plezier hebben in je werk of
je nuttig voelen. Hoe beter je voor je medewerkers zorgt, hoe beter deze
medewerkers voor de zorgbehoevenden zullen zorgen.
Aandacht voor welzijn vormt een krachtig instrument om
medewerkers aan te trekken en te behouden. Lever een HR-maatpak waarbij de
medewerker een evenwichtige balans werk-privé kan realiseren. Schep
flexibiliteit voor organisatie en personeel.
6. De gevangenen verlossen/bezoeken
Verlos de (toekomstige) medewerkers die “gevangen” zitten in
labels en systemen van leeftijd, diversiteit, diploma, … Laat geen talenten
onbenut van je medewerkers, maar exploreer ze!
Peil ook naar de competenties die niet op een klassiek cv
zijn vermeld. Denk maar aan het organisatievermogen en de zorgcompetenties van
een herintreedster om een geolied huishouden te runnen. Of ex-gedetineerden die
tijdens hun hun detentieperiode toch allerlei – ook sociale – vaardigheden
hebben verworven.
7. De Doden begraven
Begraaf de strijdbijl in je zoektocht naar talent en begeef
je niet op het slagveld door nieuwe werknemers te lokken met bedrijfswagens, iPad,
… of af te snoepen van je collega’s.
Behoud je werknemers en/of trek sollicitanten aan op een
slimme, vreedzame manier.
Breng een positief beeld van de zorgsector. Zorg voor
sociale innovatie. Investeer in zelfsturende teams. Denk out of the box!
De overheidscampagne “Ik ga ervoor”, promoot de zorg- en
welzijnsberoepen op een positieve, creatieve, assertieve en warme manier. Deze
campagne is een uitstekend voorbeeld van hoe een werkgever op een
niet-agressieve manier sollicitanten wil aantrekken om te kiezen voor een
beroep in de zorgsector. Daarnaast vertellen heel wat enthousiaste zorgwerkers
met trots over hun beroep. Dat versterkt meteen ook het goede gevoel bij alle medewerkers
die nu tewerkgesteld zijn in de sector. De campagne “Ik ga ervoor” wil niet
alleen nieuwe mensen rekruteren in de zorgsector, maar door het goede gevoel is
het anderzijds ook een “behoudsgerichte” campagne naar de huidige werknemers
toe.
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB