woensdag 6 juli 2011

Recht op rechten


“Taking rights seriously”, zo luidt de titel van het meesterwerk van de Amerikaanse rechtsfilosoof Ronald Dworkin. Hij gaat in zijn werk na wat de best mogelijke conceptie van recht is. Hoe wordt het recht het best ingericht? Wat verzekert de legitimiteit van recht? Dworkin hanteert daarbij twee criteria. Het eerste criteria is de verklaringskracht: hoe beter je recht en rechten maatschappelijk kan verklaren, hoe beter het rechtssysteem. Het tweede criterium betreft de rechtvaardigheidskracht: naargelang er betere politiek-filosofische en ethische argumenten kunnen gegeven worden voor het rechtsysteem, zal de grondslag van het recht sterker zijn.

Deze benadering over de best mogelijke conceptie van recht(en) is vandaag grotendeels afwezig in het activerend arbeidsmarktbeleid. Dit beleid krijgt quasi uitsluitend vorm via politieke afsprakenkaders, vaak overlegd met de sociale partners, én de toekenning van financiële middelen. Politieke doelstellingen én middelen sturen dus de richting en inhoud van het activeringsbeleid. Een treffende illustratie vormt de sluitende aanpak van werkzoekenden. Het beleidskader stelt als doelstelling voorop dat elke werkzoekende begeleiding op maat moet krijgen vanwege de VDAB en dit in functie van de individuele positie van de werkzoekende op de hitparade van de arbeidsmarkt alsook diens zelfsturingsvermogen. De werkzoekende wordt dus, afhankelijk van zijn arbeidsmarktprofiel en behoefte, geholpen met een lichte bemiddeling, een intensief bemiddelingstraject of een intensief begeleidingstraject.

Lichte bemiddeling start onmiddellijk na de inschrijving voor zelfredzame werkzoekenden via gebruik van automatische matchingstools, eventueel aangevuld met éénmalige bemiddelingsacties. Een intensief bemiddelingstraject start op na een individueel contact (face-to-face, telefonisch of per e-mail) als er vastgesteld wordt dat er meer opvolging en ondersteuning nodig is op het vlak van solliciteren en zoekgedrag naar werk. Na de opmaak van een actieplan - waarin de afspraken/engagementen van de werkzoekende én de consulent worden vastgelegd - wordt hierbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt van een optimale kanalenmix (face-to-face, telefoon, e-mail, SMS, individuele en collectieve acties). Bij een intensief begeleidingstraject worden er belemmeringen vastgesteld die een remediërende actie vragen (vb. nood aan opleiding, werk-welzijnsbegeleiding ingeval van armoede, zware sociaal-psychische problemen enz...). Werkzoekenden die na 9 maanden nog geen nieuwe job vonden én nog niet startten met een intensief aanbod (bemiddeling/begeleiding) worden sowieso opgenomen in een intensief begeleidingstraject.

Het nieuwe begeleidingsmodel heeft een gunstige invloed op een sneller eerste contact met de werkzoekende waardoor vlug na de inschrijving kan nagegaan worden wat het meest passende traject naar werk is voor de werkzoekende. Dit “sluitend maatpak” leidt ook tot een snellere bemiddeling naar werk waardoor consulenten niet langer meer standaard opteren voor uitgebreide trajecten maar kiezen voor zo kort mogelijke acties op maat van de klant… met duurzaam werk als perspectief.

Ook al heeft deze nieuwe aanpak positieve resultaten, toch moeten we ons de vraag durven stellen of zo’n individueel gericht model op een juiste manier subjectief afdwingbare rechten garandeert in hoofde van de werkzoekende. Hoe kan de werkzoekende zijn recht op aangepaste begeleiding doen gelden? Heeft de werkzoekende die er echt nood aan heeft, recht op opleiding of omscholing? Kan hij de VDAB aanspreken op ondersteuning? Kan hij ergens zijn “geschonden” rechten verhalen?

Rechten die niet afdwingbaar zijn, doorstaan in de woorden van Dworkin de toets van verklaring én rechtvaardiging niet. Hoe kan een concrete begeleiding die voorbijgaat aan de individuele noodzaak van de werkzoekende, door de werkzoekende begrepen worden én als juist worden ervaren? Hij heeft immers geen afdwingbare rechten die zijn legitieme aanspraken kunnen “hard maken”. Hoe kan hij bijvoorbeeld ook begrijpen dat zijn begeleiding niet wordt verder gezet terwijl dit voor andere werkzoekenden wel gebeurt. Bovendien hypothekeert deze afwezige “rechten”-benadering het “plichten-verhaal”. Als de rechten geëxpliciteerd en afdwingbaar zijn, is de logica dat de plichten dit ook zijn. In een activerend arbeidsmarktbeleid staat tegenover het recht op begeleiding én uitkering immers de plicht om actief mee te werken aan zijn (re)integratie op de arbeidsmarkt. Ook dat behoort tot een goede conceptie van recht. Transparantie omtrent rechten en plichten zodat de balans voor alle maatschappelijke stakeholders zichtbaar is, verstevigt de verklarings- en rechtvaardigingsgronden van deze rechtsconceptie.“Taking rights seriously” is “taking duties seriously”. En vanzelfsprekend gaat deze stelling ook op voor andere , “nieuwe” sociale rechten zoals het recht op levenslang leren, het recht op loopbaanontwikkeling of het recht op erkenning van verworven competenties. De “actieve welvaartsstaat” heeft dus nog wat juridisch werk voor de boeg!



Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB

2 opmerkingen:

Lief Vandevoort zei

Beste Fons,
I am confused. Waarover gaat dit, waarom teruggrijpen naar een werk van ’77 om het beleid van 2011 (en de VDAB van nu) te toetsen aan de realiteit (die van ’77 of die van vandaag?).
Bovendien vind ik jouw toetsing aan die theorie op zijn minst discutabel.

Ik kan Dworkin (even) volgen als hij het heeft over de legitimiteit van wetten en regels:
- rechten en regels die voor iedereen herkenbaar zijn, zijn maatschappelijk aanvaardbaar;
- hoe beter je het rechtssysteem ethisch onderbouwt, hoe sterker het staat.

Daar zijn uiteraard wel enkele voorwaarden aan verbonden:
- alle leden van een samenleving moeten die regels (h)erkennen en onderschrijven;
- alle leden van een samenleving moeten dezelfde ethiek delen.

En wringt daar niet net het schoentje?

In jouw stuk pleit je voor meer inspraak voor de werklozen (of werkzoekenden?) in hun begeleidingstraject. Je vindt het blijkbaar problematisch dat de ene werkzoekende zich een concurrent voelt van de andere.
Maar waar het eigenlijk toch om gaat, is de ongelijke positie van de werkzoekende (of werknemer) tegenover de werkgever? Of niet dan?

Even terug naar jouw tekst: “Rechten die niet afdwingbaar zijn, doorstaan in de woorden van Dworkin de toets van verklaring én rechtvaardiging niet.”

Die rechten zijn toch niet beperkt tot het recht op begeleiding? Waarom hebben we het niet over het recht op arbeid ? Sterker: het recht op zinvolle arbeid ? en nog sterker: het recht op inspraak op wat al dan niet zinvolle arbeid is? En als consequentie: het recht om niet-zinvolle arbeid te weigeren ?
En voor degenen die gewoon werk willen: hoe zit het met het recht op inspraak in de arbeidsorganisatie? Hoe afdwingbaar zijn die rechten?
“If taking rights seriously”, waarom dan niet de vraag: “Wat willen mensen zonder werk en wat willen ze niet?” en: Waarom vallen mensen die hun plaats willen veroveren op de arbeidsmarkt en die voldoen aan de voorwaarden, toch buiten de prijzen? Wat doen we daaraan? Wat doet de VDAB daaraan, behalve het opzetten van een getrapt systeem van individuele begeleiding (dat -als ik je blog goed begrijp- geen oplossing biedt)?

En: wat is het alternatief voor degenen die niet mee willen in het marktaanbod? Stellen zij zichzelf per definitie buiten de maatschappij of heeft de maatschappij een alternatief aanbod?

Lief Vandevoort

Anoniem zei

Beste, gezien ik geen mailadres heb laat ik het u achter via dit medium.


Aan de administratie die deze brief heeft geproduceerd.

Ik heb gedurende zes maand een 50 plusser tewerkgesteld en hem de kans gegeven tot een verdere ontplooiing zonder hem een zwaar werkregime op te leggen.
De overheid zou mij hierin helpen. Met een zware aderlating als gevolg, waardoor de tewerkstelling van andere mensen in het gedrang komt.

De overheid met zijn rechtlijnige ambetantenaren die graag het geld afpakken van ondernemers, als waren het dieven.

Met uw onverbiddelijke stijl kan ik als ondernemer niet akkoord gaan, ik ben dan ook verbolgen over uw manier van communiceren en handelen, ik ben beschaamd om zulk een administratie in Vlaanderen te hebben. Ik moet mij echter neerleggen bij uw ambtelijke beslissing waarbij u geen menselijk gelaat toont.

Bij een foute comma pakken jullie met heel veel plezier toegewezen geld af en kijken niet meer naar het doel van de premie. Juliie gooien er tevens nog een beschuldiging bovenop.
U valt in herhaling zoals een papegaai met uw argumentatie.

Ik ben er zeker van dat u en uw medewerkers vroeg of laat zullen afgestraft worden voor uw halsstarrige houding. In elk geval er zijn er die het u toewensen.
Mensen zoals in uw administratie zijn de oorzaak van de verzuring in onze maatschappij.



Hans Cherretté
Verantwoordelijke voor het inkomen van zeven families.

Lees ook dit eens en vraag u af waarom? http://vdab.be/magezine/april02/ondernemen.shtml


Op 22/07/2011 10:51, 50plus@vdab.be schreef:
> Beste,
>
> In antwoord op uw mail en uw schrijven dd 07/07/2011 moet ik u met spijt melden dat er geen gunstig gevolg kan verleend worden om af te zien van de terugvordering premie 50+ ten belope van 6000 euro.
> De reden om niet af te zien van de terugvorderingen zijn:
> - Betrokken werknemer is geen jaar in dienst geweest.
> - Ontslag om dwingende reden stond niet vermeld op C4 alsook dat er een zware professionele fout zou gemaakt zijn.
>
> Met vriendelijke groeten
>
> Karina Vande Velde
> Cel TWP50+
>
> >>> Rodinia Bouwtechniek | Hans Cherretté 6/14/2011 11:00 >>>
> Beste mr Vermeir,
>
> Ik had een 5O plusser in dienst genomen, ik heb twee kwartalen met deze man gewerkt doch hij voldoet niet. Na ernstige fouten ( geen dringend ontslag ) moest ik de samenwerking stopzetten. Dit is niet mijn fout. Nu blijkt dat ik uw premie van 6000 euro moet terugbetalen.
>
> Eigenlijk is dit niet netjes van de vdab. Op deze wijze wordt ik verplicht een niet renderende medewerker langer in dienst te houden omdat ik anders zesduizend euro moet terugstorten, ofwel moet ik om dringende reden afdanken met de nodige ellende die hier komt bij kijken. Ik heb een niet renderende werknemer gedurende zes maanden onderhouden met het idee dat ik toch een jaar heb om hem verder bij te sturen maar ik wordt terug al eens door ambtenaren afgestraft
>
> Ik ben zeker niet van kwade wil, in het verleden heb ik al met een ibo'r gewerkt en deze is nog steeds in dienst.
>
> Op dit ogenblik heb ik terug een 50 plusser aangenomen. Eerlijk gezegd had ik bovenvermelde geweten had ik dit niet gedaan en ik ga dit ook adviseren aan collega's ondernemers.
>
> Kunnen wij geen tussenoplossing vinden aub?
>
> mbg
> Hans Cherretté
> --