Eén van mijn eerste “Quoi Leroy?”-blogs waarmee ik onverwacht de publieke opinie haalde,
droeg als titel “Kama Sutra voor HR Managers”... Wellicht was het vooral deze titel die
aansloeg. Geïnspireerd door de liefdesleer van de Indische wijsgeer Vatsyayana ging ik op
zoek naar de betekenis van de begrippen “variatie” en “participatie” op de arbeidsmarkt...
begrippen die ook in de echte Kama Sutra een centrale rol spelen. Hoe kan je door meer
variatie en meer participatie de penetratie van kansengroepen op de werkvloer verhogen?
Hoe kunnen we goede praktijken opzetten en leerrijke standjes uitwisselen om tot een meer
bevredigend resultaat inzake diversiteit in de arbeidsorganisatie te komen? Hoe verzekeren
we een meer duurzame liefdesrelatie op de arbeidsmarkt voor 55-plussers, personen met
beperkingen, laaggeschoolde jongeren, personen van allochtone origine of vrouwen in
managementfuncties? Een HR-beleid dat vertrekt van variatie en participatie kan deze
vragen positief prikkelend beantwoorden... Daarom de noodzaak van een “Kama Sutra voor
HR-Managers”!
Tja... die blog dateert van 2007 en de vraag is dan ook terecht of we deze personen liefdevol
omarmd hebben in het arbeidsmarktgebeuren. Of hebben we de “Kama Sutra voor HR
Managers” in de kast gelegd... naast de Bijbel en er nooit meer in gebladerd? Als we de
harde gegevens van onze arbeidsmarkt bekijken dan kunnen we enkel maar besluiten dat
deze Kama Sutra onder een dikke laag stof ligt. De werkzaamheidsgraad is voor al deze
groepen niet echt significant gestegen. Zowel voor 55-plussers als voor personen van
allochtone afkomst scoren we zeer slecht in de Europese klas. Ook de tewerkstelling van
ongekwalificeerde jongeren en personen met beperkingen is ondermaats... en het thema van
vrouwen in leidinggevende en bestuursfuncties staat nog steeds op de politieke agenda als
knelpunt... De arbeidsmarkt is dus niet echt in vervoering geraakt door deze doelgroepen.
En dat is spijtig want juist in die periode is het aantal knelpuntberoepen en vacatures fel
toegenomen. HR heeft dus hier het verschil niet kunnen maken.
Misschien moeten we daarom een echte Viagra-kuur voor HR voorschrijven... ViagHRa..
Quoi!? Door deze ViagHRa-pillen zal je als HRM echt opgewonden raken als je een atypisch
CV binnenkrijgt... een kandidaat die plots een heel andere professionele weg wil opgaan
of een persoon met gaten in zijn cv maar vol goesting om er tegen aan te gaan... Je krijgt
een adrenaline-stoot als een jongere vol tattoos of met piercings bij jou komt solliciteren...
of een 55-plusser die overloopt van energie. Je begint passioneel te kwijlen als je de kans
krijgt om een jonge werkzoekende zonder enige kwalificatie een stagekans te bieden en hem
onmiddellijk ziet openbloeien als een talentvolle medewerker. Je slaakt verrukkelijke kreetjes
wanneer je ziet dat die ex-gedetineerde zijn tweede kans echt grijpt om een nieuw leven
op te bouwen... Je hijgt zwaar na nadat je het moedig verhaal van een blinde kandidaat
gehoord hebt.... Je raakt in extase omdat je divers samengesteld team uitblinkt in creativiteit
en innovatie-vermogen...
Is er hier een dokter in de zaal die ViagHRa kan voorschrijven? Het is echt nodig!
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder VDAB
dinsdag 8 oktober 2013
dinsdag 1 oktober 2013
Gevonden: jongere met 40 jaar ervaring!
Denk nu niet
dat de medische wetenschap al zo geëvolueerd is dat we dit soort “profiel” voor
de arbeidsmarkt kunnen creëren... En toch het bestaat! En het hoeft zelfs geen
witte raaf te zijn...
Het idee van
verzekeraar Delta Lloyd is even eenvoudig als geniaal. Koppel de ervaring van
je “meer ervaren werknemers” aan het profiel van jonge kandidaten. Verrijk hun
CV door de jarenlange ervaring van hun bedrijfspeter, -meter of mentor te
integreren in het competentieprofiel van de jonge kandidaat. Zo hebben deze
jongeren meteen werkervaring! Bedrijven die dit niet doen, miskennen niet alleen
het ervaringspotentieel van hun zittende werknemers maar hebben evenmin een
coachende HR-aanpak... Zij valoriseren niet de aanwezige competenties en houden
nieuwe competenties door een weinig innovatief personeelsbeleid buiten.
Dit is een spijtige
ontwikkeling nu we vaststellen dat het aantal vacatures waarvoor men
werkervaring vraagt zeer sterk is toegenomen sedert 2009. De laatste twee jaren
zijn er meer vacatures met werkervaring als vereiste dan zonder werkervaring.
Uit onze recente bevraging bij jongeren blijkt dan weer dat ze het gebrek aan
werkervaring als grootste struikelblok aanhalen om werk te vinden. Aan de
andere kant van het arbeidsmarktspectrum worden “oudere” werknemers massaal “uitgestoten”
en wordt hun werkervaring te weinig gevaloriseerd.
Met het
Generatiegeschenk en het Platform Ervaringsoverdracht wil Delta Lloyd in samenwerking
met VOKA, Business & Society en VDAB iets concreets aan deze paradox op de
arbeidsmarkt doen. Koppel het verworven kapitaal aan inzicht, wijsheid en
ervaring in onze bedrijven en economie aan het op te bouwen kapitaal van de
nieuwkomers op de arbeidsmarkt zodat geen enkele jongere zonder werkervaring
blijft maar met de werkervaring van zijn “oudere” collega’s kan uitpakken.
Organiseer “duo sprongen” in jouw onderneming waarbij ‘instapper” en “(toekomstige)stopper”
hun lot aan mekaar verbinden en gaan voor een unieke win-win-beleving!
Tof idee!
Tijd om het daadwerkelijk te implementeren! En laat ons daarbij creatief
blijven... Waarom bijvoorbeeld ook niet systematisch toepassen bij jongeren die
stages volgen in bedrijven... Zo verrijken ze hun CV.
Klaar voor
een duosprong?
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder VDAB
Gedelegeerd bestuurder VDAB
donderdag 19 september 2013
De Collega’s maken de brug...
Wie herinnert zich niet het
legendarisch TV-feuilleton “De Collega’s” dat drie seizoenen op de BRT, nu VRT,
liep van 1979 – 1981? Met de onvergetelijke personnages Jomme Dockx (Manu
Verreth), Jean De Pesser (Jaak Van Assche), Paul Tienpondt (Bob Van Der Veken),
Madame Arabelle (Jo Crab), Hilaire Baconfoy (Jacky Morel), Philemon Persez
(René Verreth), Gilbert Van Hie (Tuur De Weert), Betty Bossé (Tessy Moerenhout)
en Bonaventuur Verastenhoven (Mandus De Vos)... Dit feuilleton alsook de latere
film “De collega’s maken de brug” (1988) spelen zich af op het ministerie van
financiën en geven een karikaturale weergave van het ambtenarenapparaat... Maar
de weergave is zo sterk dat de ambtenarij nog decennia lang in de publieke
opinie met deze beeldvorming worstelt... Ook al is de werking en de organisatie
van het overheidsapparaat inmiddels grondig veranderde Business Proces
Management, modern HR-beleid, auditing, integrale kwaliteitszorg, innovatieve
arbeidsorganisatie, elektronische dienstverlening, wendbare organisatie, SMART,
PDCA-model, activity based costing & management,... zijn vandaag gekende
begrippen in de overheid... Begrippen en praktijk die volledig afwezig zijn bij
de collega’s van ons feuilleton... Zij werkten nog erg hiërarchisch, aan “een bureau”,
elk apart en niet in teamverband met één oog op de prikklok, aan een gezapig
tempo met veel onderbrekingen, hopen papieren dossiers... Gelukkig liggen deze
tijden achter ons...
Eén opvallende vaststelling
bij het (her)bekijken van film en feuilleton is dat je geen enkele klant in
beeld ziet! De collega’s werken met papieren dossiers... en hebben geen enkel
rechtstreeks contact met burgers of bedrijven.... Klanten worden buiten het
ministerie gehouden. Zij zouden last kunnen veroorzaken. Het buiten houden van
klanten is spijtig genoeg nu ook nog veel te veel het geval... Bepaalde
overheidsgebouwen zijn zo geconcipieerd of ingericht dat ze een vlotte toegang
verhinderen... Onthaal-, inschrijf- en balieprocedures schrikken de burger
af... Er gebeurt veel en goedbedoeld onder de noemer “klantvriendelijkheid”
maar weinig of niets in directe relatie met de klanten zelf. Co-creatie met
klanten is nog vaak een ijdel begrip, een drempel die administraties niet
durven overwinnen... Nog te veel wordt stakeholdersbetrokkenheid beperkt tot
“een blik naar buiten”... maar dit volstaat niet. De uitdaging is om de
buitenwereld binnen te halen en samen met de stakeholders de dienstverlening
van morgen vorm te geven. Dit is de enige weg om in een complexe en snel
veranderende omgeving de burger – klant mee te nemen in een verhaal van
dienstverlening op maat. De burger is immers de eigenaar van de publieke
dienstverlening. Hij betaalt ervoor. Dus is het logisch dat hij ook meebepaalt
hoe die dienstverlening er uit moet zien. Daarom moeten publieke organisaties
hun ramen en deuren openzetten voor hun klanten en hen binnenlokken.
Tijd dus voor een sequel van
de film “De collega’s maken de brug”... onder de titel “De collega’s maken de
brug naar de klant”.
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder VDAB
Gedelegeerd bestuurder VDAB
donderdag 5 september 2013
Wat als ....?
Wie deze
zomer de festivalweides afdweilt, zal verbaasd zijn over het aantal krasserige
knarren, roestende rockers en gretige grijsaards op de affiches. Of men nu
behoort tot de babyboom – dan wel de X-, Y- of Z-generatie, iedereen zal in beate
bewondering kijken en luisteren naar good old Bruce Springsteen (63), Neil
Young (67), Bryan Ferry (68), Roger Waters (70), Alice Cooper( 64), Sting (61),
John Fogerty (68), Joe Cocker (69), Carlos Santana (66), de leeftijdsgenoten
Iggy Pop en Seasick Steve (68), de elk jaar weer opduikende poëtische performer
Leonard Cohen (79)... om maar te zwijgen van onze Toots (91) met zijn
mondmuzieksken... En wat met de “ouderen”bands die de affiches sieren zoals ZZ
Top, Deep Purple, Motörhead en Golden Earring. Rockend de rusthuizen in! Als
The Beatles nog zouden bestaan, zouden ze hun nummer “When I’m sixty-four” al
lang hebben aangepast in “When I’m eighty-four” want hun muziek is nog steeds
erg gewild door het grote publiek.
Wat een
contrast met de arbeidsmarkt! Daar verdwijnt men van de actieve affiche vanaf
50 jaar. Op die leeftijd komt men niet meer naar hen kijken... Zet ze backstage
maar toch niet “on stage”... Hun liedje is al lang uitgezongen... Ze hebben
niet meer de dynamiek om op een podium rond te springen. Tja...?! Misschien
even kijken hoe een zomerfestival zou verlopen als het zou functioneren zoals de
arbeidsmarkt... Een “Wat Als ...?”- aflevering ...
Vanzelfsprekend
zouden de hiervoor genoemde sterren al lang van de affiche gedonderd zijn...
Zangers of zangeressen die de kaap van 45 naderen zoals Axelle Red, Kylie
Minogue, Céline Dion, Jennifer Lopez, David Guetta en Mike Patton bereiden best
hun afscheidstournee voor. Gedaan ook met Rimpelrock! Op naar Pamperrock! Festivalgangers
zullen aan de ingang hun identiteitskaart moeten tonen. Zijn ze 50+,
ja dan komen ze er niet in. Oud en Out. No Mercy...
Niet erg,
denk je misschien. Er zijn voldoende jonge veelbelovende artiesten – van Selah
Sue over Alicia Keys tot Rihanna – die de affiche kunnen vullen en jongeren
genoeg die naar deze optredens zullen komen kijken...
Maar wie zal
deze festivals organiseren? De organisatoren van Pukkelpop en Werchter, Chokri
Mahassine (54) en Herman Schueremans (59), hebben immers omwille van hun
leeftijd verplicht moeten afhaken en zijn op brugpensioen. En wie zal het
metershoge gras op de festivalweides maaien, nu boer Sjarel hiervoor te oud is
bevonden? En tja... hoe verhinderen we dat er lange rijen aan de inkom, de
bonnenkiosken, de eet- en drankkramen staan omdat alle ‘oudere’ vrijwilligers
zijn geweigerd? Wat met de tekorten bij Security, EHBO- en verpleegpersoneel,
ervaren podium-technici,...?
Kortom, de
zomerfestivals floreren maar echt wanneer er voldoende “grijs goud” op, vóór,
achter en naast de bühne aanwezig is... Lesje voor de arbeidsmarkt?! Laat ons
dus spiegelen aan de zomerfestivals... en alle talenten – ongeacht hun leeftijd
– de wei opjagen!
Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB
vrijdag 30 augustus 2013
Missionarissen (M/V) gezocht?!
Luc Vandenbossche noemde in De Standaard
van 28/08 topambtenaren die genoegen nemen met een jaarinkomen van onder de
290.000 euro “missionarissen”. Als leidend ambtenaar binnen de Vlaamse overheid
voel ik me dan meteen aangesproken. Hoewel ik ook wel eens zieltjes tracht te
winnen voor een grondige arbeidsmarkthervorming of een meer inclusieve
benadering van talent, is de drang om te kerstenen me verder absoluut vreemd.
Mijns inziens is er niet verkeerds aan
topambtenaren die de maatschappelijke meerwaarde van hun functie laten primeren
op het gewicht van hun loonbrief. Ik zie tal van collega’s met uitstekende
managementcompetenties die bewust kiezen voor de publieke sector zonder daar
‘marktconform’ voor vergoed te worden. Hen allemaal afserveren als naïeve
wereldverbeteraars die niet in staat zijn om een grote organisatie te leiden,
doet afbreuk aan de enorme inspanningen en verdiensten van managers in de hele
non-profit. Net als andere loontrekkenden, maken overheidsmanagers hun
loopbaankeuzes niet enkel op basis van een verloningspakket, maar brengen ze
verscheidene factoren in rekening bij het al dan niet aanvaarden van een
toppositie (maatschappelijk relevantie, prestige of imago van de onderneming, toekomstperspectieven,
mate van autonomie, klimaat rond de bestuurstafel, etc.). Wel ben ik het met Luc
Vandenbossche eens dat competenties in het selectieproces zwaarder moeten
doorwegen dan partijkaarten – maar ook dan diploma’s (al dan niet correct
omschreven in het cv). Ook lijkt een
objectieve selectieprocedure door een neutrale derde partij me meer garanties
te bieden op deugdelijk bestuur dan partijpolitieke compromisvorming. Het
afsluiten van arbeidsovereenkomsten kent een andere logica dan het afsluiten
van politieke akkoorden.
Tegenstellingen zoeken tussen wat
topmanagers verdienen in de publieke sector en wat ze waard zijn in de private
sector, is mijns inziens een achterhoedegevecht. Riante salarissen zijn op zich
in de private sector geen garantie op succesvol management, net zo min als
maatschappelijk engagement dat is bij de overheid. Het is in alle contexten
veel belangrijker om te komen tot een ethisch verdedigbare convergentie tussen de
omvang van de verantwoordelijkheden van een manager en de hoogte van het loon
dat de aandeelhouders of stakeholders daar tegenover willen stellen.
Headhunters moeten dan ook niet alleen gericht zijn op het assessment van de
kandidaten, maar dienen tevens in staat te zijn om de complexiteit van de baan
en de verwachtingen van de belanghebbenden accuraat te beoordelen. Dat behelst
meer dan het in kaart brengen van de totale omzet of het totale
personeelsbestand. Complexiteit weerspiegelt zich ook in de diversiteit aan
producten en diensten, afhankelijkheden van ontwikkelingen in het ecosysteem,
geografische spreiding van activiteiten, kwaliteitsvereisten in de sector,
risico’s op integriteitsschendingen, etc. Het uitgangspunt bij het vastleggen
van de renumeratie van bestuurders en managers moet er volgens mij op neerkomen
dat er altijd in alle transparantie verantwoording afgelegd kan worden aan de
samenleving, aan klanten of aan kiezers. En dat de argumentatie die gehanteerd
wordt om een verloningspakket te rechtvaardigen, een bredere horizon dient te
hebben dan ‘talent aantrekken kost geld’. Overigens mag het vraagstuk van een rechtvaardige
verloning niet gereduceerd worden tot een dilemma ten aanzien van
topambtenaren. Op alle niveaus in een (overheids)organisatie stelt zich de
vraag naar een verloningsniveau aangepast aan de individuele
verantwoordelijkheden.
Verder vind ik het van belang dat
contracterende partijen zich houden aan gemaakte afspraken. Zoals collega Van
Massenhove (De Standaard 27/08) al terecht stelde “pacta sunt servanda”. De
overheid moet hierbij het voorbeeld geven want anders hypothekeert ze de
legitimiteit van haar optreden in diverse domeinen. Het eenzijdig opschorten
van contractuele verbintenissen is dus onrechtvaardig. Een bijsturing van het
verloningspakket kan perfect verdedigbaar zijn, bijvoorbeeld om de overheidsuitgaven
binnen de perken te houden, maar moet wel onderhandeld worden met de betrokken
topmanagers of doorgevoerd worden n.a.v. een hernieuwing van een mandaat of een
nieuwe aanstellingsprocedure. Ook op dat vlak is het zoeken naar het juiste
evenwicht tussen uiteenlopende rechtmatige belangen.
Het debat over de topbenoemingen en de
bijbehorende bezoldiging wordt vaak te eenzijdig vanuit economische paradigma’s
benaderd, als een kwestie van vraag en aanbod. Nochtans ervaren vele burgers
die toekijken langs de zijlijn vooral een ethische spanning ten aanzien van de
salarissen van topmanagers – en dat geldt zowel voor de publieke als voor de
private sector. Politici of aandeelhouders die knopen doorhakken met betrekking
tot topbenoemingen, mogen hun moreel kompas dan ook niet veronachtzamen. De
houding van de missionaris is misschien al bij al zo slecht nog niet. Als het
gaat om topbenoemingen.
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder VDAB
woensdag 21 augustus 2013
M'n airhostess
Hoeft het gezegd dat je bij bepaalde beroepen een duidelijke voorstelling, een duidelijk beeld van
de beroepsbeoefenaar(ster) voor ogen hebt? Ik beken dat ik bij airhostessen steeds aan jonge
blondines denk die net niet het podium van één of andere Miss-verkiezing hebben gehaald. Voor
die beeldvorming stel ik vooral Will Tura verantwoordelijk! Zong hij immers niet in die termen over
“zijn airhostess”? “’k Was verliefd op een airhostess. ’t Was in een DC 6. Smilend reikte ze mij een
lunch en een koffie express. Vroeg haar naam en ook haar adres. Kreeg een vork en een mes...”.
Maar ook Busted zingt over het schoonheidsideaal van de airhostess: “Airhostess. I like the way you
dress. I hate to fly but I feel much better. Occupy my minds writing you a love letter. ‘Cos you’re
my air hostess. I love the way you dress.” De bijhorende filmpjes bij deze liedjes versterken deze
beeldvorming… En eerlijk gezegd op de meeste vluchten wordt de passagier met dit stereotype van
airhostess ook geconfronteerd.
Ik moest dan ook deze zomer even wennen op de vluchten van de Amerikaanse vliegtuigmaatschappij Delta Airlines... De airhostessen beantwoordden immers helemaal niet aan dit beeld. Het waren gemoedelijke, “rijpere” dames (ik durf het woord “oud” of “senior” niet in de mond te nemen maar er zaten enkele 60-plussers tussen) die op een erg vriendelijke en behulpzame manier de passagiers bijstonden... Huilende en krijsende baby’s of peuters, ongeduldige jongeren, mensen met beperkingen of gezondheidsproblemen, de klassiek lastige passagiers die zich weinig of niets aantrekken van de veiligheidsvoorschriften, etc. niets was hen te veel, iedereen konden ze op een rustige, klantvriendelijke en gedecideerde manier bijstaan, kalmeren of in het “gareel houden”... Zelden was een vlucht zo comfortabel en rustgevend...
Deze praktijk toont nogmaals aan dat we leven en handelen met vooroordelen... en zo vaak zelf problemen op de arbeidsmarkt en in onze organisaties in stand houden. In die zin onderschrijf ik ten volle wat Prof. Luc Sels (KUL) in zijn wijze column “De schaarste die we zelf creëren” in de Trends van 15 augustus jl schrijft: “Wordt het geen tijd dat we ons afvragen of we de schaarste niet zelf creëren? Door in werving en selectie de lat almaar hoger te leggen. Door hoge productiviteit te verwachten vanaf dag één. Door enkel open te staan voor witte raven. Door reële competenties te negeren, omdat het diploma en de werkervaring van een kandidaat niet volledig in de lijn liggen met wat we zoeken. Door altijd maar in diezelfde vijver te vissen met almaar groter lokaas, ook al is de voorraad bijna op. De macht der gewoonte. We creëren zo een strijd om talent waarvan we samen weer het slachtoffer worden.”
Beter kan ik het niet zeggen! Laat staan zingen!
Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB
Ik moest dan ook deze zomer even wennen op de vluchten van de Amerikaanse vliegtuigmaatschappij Delta Airlines... De airhostessen beantwoordden immers helemaal niet aan dit beeld. Het waren gemoedelijke, “rijpere” dames (ik durf het woord “oud” of “senior” niet in de mond te nemen maar er zaten enkele 60-plussers tussen) die op een erg vriendelijke en behulpzame manier de passagiers bijstonden... Huilende en krijsende baby’s of peuters, ongeduldige jongeren, mensen met beperkingen of gezondheidsproblemen, de klassiek lastige passagiers die zich weinig of niets aantrekken van de veiligheidsvoorschriften, etc. niets was hen te veel, iedereen konden ze op een rustige, klantvriendelijke en gedecideerde manier bijstaan, kalmeren of in het “gareel houden”... Zelden was een vlucht zo comfortabel en rustgevend...
Deze praktijk toont nogmaals aan dat we leven en handelen met vooroordelen... en zo vaak zelf problemen op de arbeidsmarkt en in onze organisaties in stand houden. In die zin onderschrijf ik ten volle wat Prof. Luc Sels (KUL) in zijn wijze column “De schaarste die we zelf creëren” in de Trends van 15 augustus jl schrijft: “Wordt het geen tijd dat we ons afvragen of we de schaarste niet zelf creëren? Door in werving en selectie de lat almaar hoger te leggen. Door hoge productiviteit te verwachten vanaf dag één. Door enkel open te staan voor witte raven. Door reële competenties te negeren, omdat het diploma en de werkervaring van een kandidaat niet volledig in de lijn liggen met wat we zoeken. Door altijd maar in diezelfde vijver te vissen met almaar groter lokaas, ook al is de voorraad bijna op. De macht der gewoonte. We creëren zo een strijd om talent waarvan we samen weer het slachtoffer worden.”
Beter kan ik het niet zeggen! Laat staan zingen!
Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB
dinsdag 16 juli 2013
Tour InTeam
Tour InTeam
De Tour de
France is één van de grootste sportieve en mediaspektakels ter wereld. De Tourkaravaan
stelt duizenden mensen rechtstreeks en onrechtstreeks te werk en mobiliseert
een hele maand lang maand de “Franse natie”. Het spektakel houdt miljoenen
mensen tijdens de vakantiemaand juli in de ban... Menig wielerliefhebber stelt
zijn vakantie af op de Tour, installeert zich langs het parcours of vóór zijn
TV... weer of geen weer. De magie van de Tour werkt elk jaar opnieuw. Maar
levert de Tour ook inspiratie op voor succesrijke arbeidsorganisaties? Vast en
zeker!
De meest
succesvolle teams worden gekenmerkt door een gezamenlijke ambitie (“The sky is
the limit”) en complementaire talenten. Wanneer er een waaier moet worden
getrokken, het tempo van het peloton onder controle moet worden gehouden, een
spurterstreintje moet worden gevormd, de kopman moet worden afgezet aan de voet
van een col...: telkens zien we een volledig team harmonieus aan het werk. Elke
renner doet zijn kopwerk en rijdt zo letterlijk even aan kop van het Tour-peloton
in de volle schijnwerpers; ook zonder gele trui leidt hij de Tour-dans... Dit
versterkt zijn inzet en betrokkenheid en maakt hem deelachtig aan de
overwinning in het grootse Tour-gebeuren. Dit blijkt uit de talrijke innige
omhelzingen na een ritzege. Méér dan camaraderie... In Team en intiem voor
éénzelfde doel!
Het
Tour-peloton is ook heel divers. De klassieke wielerlanden zijn nu omringd door
renners uit alle werelddelen. In de Tour dragen de (half) Afrikaanders Daryl
Impey en Chris Froome de gele trui, klimt het Colombiaantje Quintana in het wit
en eigent de Slovaak Peter Sagan zich de groene trui toe... Maar het peloton
herbergt ook renners uit Wit-Rusland, Brazilië, Kazachstan, Oezbekistan,
Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, USA, Japan, Costa Rica, Rusland, Estland,
Litouwen,... “Van Afrika tot in Amerika” om het in K3-termen te zeggen. Als we
kijken naar de Belgische Omega Pharma-Quick Step-ploeg dan stellen we vast dat
er slechts één autochtoon in dit team rijdt... en dat er maar liefst acht
nationaliteiten vertegenwoordigd zijn. Diversiteit is een troef in deze
teams... Niet de afkomst telt, wel het (wieler)talent!
Ook de
relatie tussen “front office” en “back office” is inspirerend voor moderne
arbeidsorganisaties. De renners – en af en toe een sportdirecteur – staan
voortdurend in de schijnwerpers en worden geroemd voor hun prestaties. Maar
méér dan wie ook weten ze dat hun succes afhankelijk is van de onzichtbare
handen in het team: de mecaniciens én verzorgers, de trainers, de
buschauffeur,... In succesvolle teams genieten ze mee van elke overwinning,
worden ze door de renners mee in de bloemetjes gezet, krijgen ze symbolisch ook
een gele trui overhandigd,... De boodschap is duidelijk: iedereen heeft zijn
unieke plaats in het team en levert zijn bijdrage aan de teamsuccessen.
Kortom, laat
je boeien door de Tour, verover de Maillot Jaune voor jouw team en inspireer zo
jouw arbeidsorganisatie.
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
woensdag 3 juli 2013
Talentenbank
“Wat als de
jeugdwerkloosheid een bank zou zijn? Zou ze dan ook prioritair gered worden?
Zou de Europese Commissie er dan ook niet meer middelen voor veil hebben?” Deze
vragen stelde een vakbondsleider recent in een Europees debat over de jeugdwerkloosheid.
Voor deze
vergelijking valt heel wat te zeggen. De jeugdwerkloosheid is immers een bank.
Een bank van ... onbenutte, gestockeerde talenten! En laat “talenten” nu juist
historisch de grondslag zijn van ons beurs- en banksysteem. Talenten drukten
immers in de Griekse oudheid de geldwaarde uit van goud en zilver alsook de
waarde van arbeid. Van die oude Grieken kunnen we dus nog wat leren....
Dat de
jeugdwerkloosheid hoge toppen scoort in de EU, weten we uit de recente
rapporten van de Europese Commissie en de IAO. Het was ook de aanleiding voor
de bijzondere EU-Top van 3 juli in Berlijn met deelname van de staatshoofden,
de ministers van werk en de publieke bemiddelingsdiensten. Daar werd werk
gemaakt van een versterkte aanpak van de jeugdwerkloosheid door de introductie
van een jeugdgarantieplan. Dit plan voorziet dat alle jongeren binnen de vier
maanden na hun inschrijving als werkzoekende een baan, opleiding, stage of
werkervaring krijgen. Bepaalde experten bekritiseerden in dit kader het goedkoop
gebruik van het begrip “verloren” generatie en wezen erop dat de
jeugdwerkloosheid al bij al nog meevalt - ook in Zuid-Europa - wanneer je de
jongerenwerkloosheidsratio’s bekijkt. Deze ratio’s relativeren immers het
belang van de jeugdwerkloosheid omdat ze ook het toenemend aantal verder
studerende jongeren mee verdisconteert. Dit aantal jongeren komt in de
werkloosheidsstatistieken onvoldoende tot uiting. Ik kan deze kritieken
bijtreden maar dit neemt niet weg dat we de jeugdwerkloosheid toch bijzonder
ernstig moeten nemen en dat het iets méér is dan zomaar de werkloosheid in
globo aan te pakken. Vooreerst gaat het over jongeren die met dromen en
verwachtingen op de arbeidsmarkt komen, die hun loopbaan zelf willen inrichten,
die vol plannen zitten over de uitbouw van hun carrière,... Hierop een
hypotheek leggen, is nooit goed noch prettig. Voorts moeten we absoluut
voorkomen dat we van deze generaties zelf verloren generaties maken. We hebben -
ondanks de moeilijke economische conjunctuur, ondanks de budgettaire situatie,
ondanks de macro-economische moeilijkheden, ondanks....- immers de sleutels zelf
in handen om dit te voorkomen. Waarom kunnen we de facto geen stage- en
werkervaringsgarantieplan “in de markt” zetten? Laat ons proberen alle
werkzoekende jongeren op zijn minst nu de mogelijkheid te bieden om
stage-ervaringen op te doen. Dat zal lonen in hun weg naar de arbeidsmarkt als
de economie heropleeft. Deze jongeren hebben dan immers nieuwe competenties
opgedaan, hebben een positief signaal gekregen van bedrijven dat ze talenten
hebben, zijn meer gemotiveerd, kunnen sneller intreden,... De bedrijven kunnen
beter rekruteren in de krapper wordende arbeidsmarkt die hoe dan ook op ons
afkomt... Moeilijk?? Bijlange niet... Op een recente ontmoeting met enkele
Limburgse KMO’s kwamen deze bedrijven zelf met dit voorstel... jongeren kansen
geven via stage en werkervaring. Of Europa dat vraagt of niet, laat het ons
gewoon doen! En zo de talenten in onze jeugdwerkloosheidsbank verzilveren.
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
maandag 17 juni 2013
Diamant
Het klinkt raar maar diamant is één van onze streekproducten. Het moderne diamantslijpen met een gietijzeren draaischijf, diamantpoeder en olijfolie werd in 1456 uitgevonden door de Bruggeling Lodewijk van Berken. De meest gebruikte slijpvorm, de briljant, is de verdienste van de Antwerpenaar Marcel Tolkowksy die dit in 1919 bedacht. Antwerpen is trouwens één van de belangrijkste mondiale centra voor de verhandeling van diamant en heeft reeds sedert 1886 een unieke diamantbeurs. In 2011 werden in Antwerpen nog diamanten verhandeld voor een totale waarde van 44,6 mia euro. 80 % van alle ruwe diamanten en 50 % van alle bewerkte diamanten passeren langs onze havenmetropool. Geen wonder dus dat Antwerpen mee het decor vormt voor de thriller “Diamant” van Jef Geeraerts en de daarop gebaseerde Tv-serie met Herbert Flack, Jan Decleir, Tine Van den Brande en Ann Ceurvels.
De rol die Antwerpen speelt in het slijpen en verhandelen van ruwe diamant, staat in schril contrast met de diamantslijperij op de arbeidsmarkt in deze metropool. De hoge jeugdwerkloosheid, inzonderheid ook bij allochtone jongeren, toont aan dat deze ruwe diamanten nog niet (h)erkend zijn op de arbeidsmarkt. Onontgonnen talent, talent met een zwakkere arbeidsmarktpositie, wordt nog te dikwijls beschouwd als goedkoop grafiet in plaats van als ruwe diamant. Het komt er dan ook op aan om dit ruw diamant te herkennen en te slijpen tot inzetbaar talent.
Misschien kunnen we hier ook iets leren van het echte diamantbewerkingsproces. Dit proces heeft tot doel de ruwe diamant zo te bewerken dat het licht schitterend wordt gebroken in de steen. De bewerkte steen wordt op vier criteria beoordeeld voor de waardebepaling; de 4 C’s van de prijsbepaling: cut (maaksel), carat (gewicht), clarity (zuiverheid) en colour (kleur). Het maaksel, de “cut”, is mensenwerk in tegenstelling tot de zuiverheid, de kleur en ten dele het gewicht. Dit mensenwerk is van groot belang zodat het uiteindelijk de schittering en het kleurenspel van de diamanten tot volle glorie laat komen.
Op de arbeidsmarkt kunnen we dit bewerkingsproces vertalen in eveneens 4 C’s: competentie-herkenning, competentie-versterking, competentie-certificering en competentieoverdracht. Moeten we als arbeidsmarktactoren dit proces dan ook niet toepassen op de vele duizenden jonge werkzoekenden in de Antwerpse grootstad ( en in andere centrumsteden en de Limburgse mijngebieden)? Is het niet de taak van HRM om deze ruwe diamanten mee op te delven, te ontginnen en te slijpen? Anders dreigt talent nog duurder te worden dan diamant en krijgt het misschien de allure van bloeddiamant... Zoals Shirley Bassey passioneel “Diamonds are forever” zingt in de gelijknamige Bond-film, moeten we dit lied ook samen zingen op de arbeidsmarkt “Talents are forever, forever”...
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
De rol die Antwerpen speelt in het slijpen en verhandelen van ruwe diamant, staat in schril contrast met de diamantslijperij op de arbeidsmarkt in deze metropool. De hoge jeugdwerkloosheid, inzonderheid ook bij allochtone jongeren, toont aan dat deze ruwe diamanten nog niet (h)erkend zijn op de arbeidsmarkt. Onontgonnen talent, talent met een zwakkere arbeidsmarktpositie, wordt nog te dikwijls beschouwd als goedkoop grafiet in plaats van als ruwe diamant. Het komt er dan ook op aan om dit ruw diamant te herkennen en te slijpen tot inzetbaar talent.
Misschien kunnen we hier ook iets leren van het echte diamantbewerkingsproces. Dit proces heeft tot doel de ruwe diamant zo te bewerken dat het licht schitterend wordt gebroken in de steen. De bewerkte steen wordt op vier criteria beoordeeld voor de waardebepaling; de 4 C’s van de prijsbepaling: cut (maaksel), carat (gewicht), clarity (zuiverheid) en colour (kleur). Het maaksel, de “cut”, is mensenwerk in tegenstelling tot de zuiverheid, de kleur en ten dele het gewicht. Dit mensenwerk is van groot belang zodat het uiteindelijk de schittering en het kleurenspel van de diamanten tot volle glorie laat komen.
Op de arbeidsmarkt kunnen we dit bewerkingsproces vertalen in eveneens 4 C’s: competentie-herkenning, competentie-versterking, competentie-certificering en competentieoverdracht. Moeten we als arbeidsmarktactoren dit proces dan ook niet toepassen op de vele duizenden jonge werkzoekenden in de Antwerpse grootstad ( en in andere centrumsteden en de Limburgse mijngebieden)? Is het niet de taak van HRM om deze ruwe diamanten mee op te delven, te ontginnen en te slijpen? Anders dreigt talent nog duurder te worden dan diamant en krijgt het misschien de allure van bloeddiamant... Zoals Shirley Bassey passioneel “Diamonds are forever” zingt in de gelijknamige Bond-film, moeten we dit lied ook samen zingen op de arbeidsmarkt “Talents are forever, forever”...
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
maandag 3 juni 2013
Aperto Chiuso
De woorden “open” en “gesloten” kennen we in vele talen
dankzij onze buitenlandse trips... open en gesloten in- en uitritten, winkels,
bakkers, shoppingcentra, cafés,... Meestal op een ongelegen moment J Maar
op de arbeidsmarkt hebben ze ook een bijzondere betekenis. Hieraan moest ik
denken bij de pensionering van priester-ondernemer Pierre Breyne, de bezieler
van het Dienstencentrum GID(t)S. Hij stelde zijn hele loopbaan ten dienste van
personen met beperkingen en creëerde een eigen dorp voor hen waar zij kunnen
leven, wonen en werken. Ik leerde hem kennen in de Raad van Bestuur van het
voormalig Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een
Handicap. Hij was er de vertegenwoordiger van de beschermde werkplaatsen, de
“gesloten” arbeidsmarkt; ik zat er namens het reguliere arbeidscircuit, de
“open” arbeidsmarkt. Vreemd genoeg – in mijn ogen – bepleitte Pierre Breyne de
inclusiviteitsaanpak en dat vond ik eigenaardig omdat hij voor personen met een
beperking een volledig afgescheiden voorzieningenaanbod opzette. Toen ik in de
daaropvolgende jaren het Dienstencentrum nader leerde kennen, begon ik in te
zien dat de strikte aflijning tussen gesloten en open arbeidsmarkt erg vaag
was. Soms vroeg ik me af of die gesloten arbeidsmarkt niet meer open was dan de
open arbeidswereld.
In het Dienstencentrum vertrekt men immers sterk vanuit de
mogelijkheden van mensen, niet vanuit hun beperkingen. “Als je mekaar graag
ziet, zie je enkel mogelijkheden” luidt het credo aldaar. Is het niet zo dat wij
op de “open arbeidsmarkt” onze ogen sluiten voor personen met beperkingen?
Staren we ons niet blind op hun handicap in plaats van te vertrekken vanuit ook
hun unieke talenten en competenties? Dat dit geen ijdele woorden zijn bewees
het centrum al door competentiemanagement –avant-la-lettre - toe te passen. Medewerkers
worden aangemoedigd om hun talenten verder te ontwikkelen. Als een job niet
fitte dan was het een echte uitdaging om wel een gepaste job aan te bieden of
zelfs te creëren. Jobcarving op maat! Is dat nu een open of gesloten HR-beleid?
Zijn dit gesloten opritten of eerder een tolvrije weg die iedereen kan inslaan?
Sociale innovatie is er ook een bewuste bedrijfsstrategie.
In het Ergo Lab wordt continu gezocht naar gepaste ergonomische oplossingen
zodat iedereen het maximum uit zijn of haar mogelijkheden kan halen. De
productieprocessen en –systemen worden aangepast aan de medewerker en laten zo
diens vaardigheden optimaal renderen. Als dat geen voorbeeld voor de open arbeidsmarkt is. We
staan immers voor de grote uitdaging om langer te gaan werken. Maar langer
werken kan niet zonder “anders werken”. Dit houdt in dat we in functie van
elkeens werkvermogen het werk mee organiseren. Het Dienstencentrum bewijst dat
een organisatie zijn doelstellingen kan realiseren door een innovatieve en
bewuste sociale innovatie-strategie. Het stelde zich onbevooroordeeld open voor
sociale innovatie... terwijl vele bedrijven dit soort innovatie nog uitsluiten.
Tot slot zocht het Dienstencentrum GID(t)S ook nadrukkelijk de dialoog en
samenwerking met de “reguliere” bedrijven en bedrijfswereld op. Vanuit de
bestaande werkplaats wordt een sterke enclave-werking uitgebouwd zodat
medewerkers hun werk in deze bedrijven op de “gewone” werkvloer kunnen uitvoeren. Het Jobcentrum van het
Dienstencentrum richt zich specifiek op het creëren van werkervarings- en
jobkansen in het reguliere arbeidscircuit. Zo wordt een continue band tussen
het “gesloten” en het “open” circuit uitgebouwd.
Wat kunnen we hieruit leren? In elk geval dat we niet
gebonden zijn aan begrippen zoals “open” en “gesloten” arbeidsmarkt. Als deze
indeling toch nog wordt gehanteerd, dan is dit een teken aan de wand dat
inclusiviteit en talentmanagement nog niet alom ingeburgerd zijn bij alle
arbeidsmarktactoren... Werk voor de boeg... maar het voorbeeld van GID(t)S wenkt!
Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
Gedelegeerd Bestuurder
Abonneren op:
Posts (Atom)