Wie zit er niet graag op een zomers terrasje?
Niet alleen voor de gezelligheid, de drank die er vloeit of het schone volk dat zich er bijeen schaart, maar ook voor het af- en aanvliegen van vogels. De meerderheid daarvan zijn duiven. Geen gekweekte prijsduiven, wel doorwinterde, grijze stadsduiven. Je kijkt er nauwelijks van op; ze maken bijna onopgemerkt deel uit van het geheel. Raven en andere zeldzame vogelsoorten zijn er amper te bespeuren (dan zouden de oe’s en aah’s van de tafels opstijgen) en witte raven zijn er al helemaal ‘du jamais vu’. Nu doen we de werkelijkheid oneer aan door de arbeidsmarkt te vergelijken met een zomers terras, maar een deel van de vergelijking gaat wel degelijk op. Witte raven zijn een zeldzaamheid. Je kunt je afvragen of ze eigenlijk wel bestaan. Alleen maakt het idee dat ze zoùden bestaan, het voor heel wat minder mythische vogelsoorten knap lastig om nog enige bewondering te oogsten.