donderdag 21 oktober 2010

In elk van ons zit een witte raaf

Wie zit er niet graag op een zomers terrasje?

Niet alleen voor de gezelligheid, de drank die er vloeit of het schone volk dat zich er bijeen schaart, maar ook voor het af- en aanvliegen van vogels. De meerderheid daarvan zijn duiven. Geen gekweekte prijsduiven, wel doorwinterde, grijze stadsduiven. Je kijkt er nauwelijks van op; ze maken bijna onopgemerkt deel uit van het geheel. Raven en andere zeldzame vogelsoorten zijn er amper te bespeuren (dan zouden de oe’s en aah’s van de tafels opstijgen) en witte raven zijn er al helemaal ‘du jamais vu’. Nu doen we de werkelijkheid oneer aan door de arbeidsmarkt te vergelijken met een zomers terras, maar een deel van de vergelijking gaat wel degelijk op. Witte raven zijn een zeldzaamheid. Je kunt je afvragen of ze eigenlijk wel bestaan. Alleen maakt het idee dat ze zoùden bestaan, het voor heel wat minder mythische vogelsoorten knap lastig om nog enige bewondering te oogsten.

woensdag 29 september 2010

Boren naar talent

Door de explosie en het zinken van het boorplatform Deepwater Horizon zijn in de Golf van Mexico in totaal liefst 4,9 miljoen vaten olie oftewel 870 miljoen liter olie in de zee terechtgekomen. Een gigantische verspilling van “natural resources” en een regelrechte milieuramp die zeldzame diersoorten zoals de zeeschildpad, de roodhalsreiger en de blauwvintonijn in hun voortbestaan bedreigen. De effecten op langere termijn op verschillende eco-systemen worden door universitaire onderzoeksteams als uiterst zorgwekkend beoordeeld. Het management van BP – de uitbater van het platform – ging tijdens deze ramp grondig en herhaaldelijk in de fout door de ernst van de situatie te minimaliseren en weinig open en empatisch te communiceren ten aanzien van de lokale bevolking en de betrokken milieu-stakeholders.

dinsdag 21 september 2010

Leren op afstand houden?

Afstandsonderwijs! Wie heeft dit begrip uitgevonden? Wellicht één of andere onderwijsdeskundige uit de vorige eeuw die doordrongen was van het klassikaal onderwijs én het internet beschouwde als een minderwaardige leer- en informatiebron. Want geef toe, welk onderwijs staat nu dichter bij de lerende dan het zogenaamde afstandsonderwijs. Je kunt het volgen wanneer je maar wil… een ochtendmens of een nachtuil? Het maakt niet uit. Je kunt het overal volgen… in de keuken, in bed, op kantoor, in de tuin, op straat, in het bad (mits enkele aandacht voor persoonlijke veiligheid) of in het kleinste kamertje ter vervanging van de moeilijker hanteerbare krant. Geïnteresseerd in een heel opleidingspakket, een opleiding, enkele modules of slechts één onderdeel? No problem! Het kan allemaal. Web 2.0 opent bovendien de deur naar nieuwe leermethodieken gebaseerd op samenwerking en interactieve communicatie. Denken we maar aan “collaborative e-learning”, informeel leren en edugames. Opleiding, ook via het web, verstrekken houdt dus veel meer in dan leerstof aanbieden. Persoonlijk en rechtstreeks contact tussen cursisten onderling of tussen cursist en coach is onmisbaar om het leerproces compleet te maken. De afstand in kilometers is niet zo belangrijk. Het gevoel altijd contact te kunnen opnemen met studiegenoten, dat creëert nabijheid.

Alle actoren in de onderwijs- en opleidingswereld hebben de afgelopen jaren inspanningen geleverd om mee te zijn met de evolutie van afstandsleren naar nabijheidsleren. Van academisch niveau met de Open Universiteit over het volwassenonderwijs met de Centra voor Volwassenonderwijs en Centra voor Basiseducatie tot de beroepsspecifieke opleidingen van Syntra en VDAB. In de privésector werd e-learning evengoed ingezet. Je bijscholen en je kennis en kunde op peil houden is niet alleen een persoonlijke verrijking, maar ook een noodzaak voor onze kenniseconomie.

Toch werd die nabijheid niet zo ervaren door alle leerders. De roep om face-to-facecontact was te groot om te negeren. Dit leidde tot de geboorte van blended leren of gecombineerd leren: de mix van contactleren en webleren, van fysieke nabijheid en virtuele afstand, van structuur en flexibiliteit.

Maar of het nu zuiver afstandsonderwijs of gecombineerd leren betreft, het blijft voor ons onderwijssysteem een vreemde eend in de bijt. En dat staat haaks op het leer- en zoekgedrag van kinderen en jongeren. Niet verwonderlijk dus dat onze Vlaamse kennisgoeroe Jef Staes in zijn lezingen stelt dat de kinderen en jongeren vandaag veel meer leren buiten de school via het internet dan binnen de school. Het is dus echt nodig dat we deze evolutie erkennen en meenemen in het “gewoon onderwijs”. Maar waar staat Vlaanderen in het Europese onderwijs- en opleidingslandschap van de toekomst? Vlaanderen heeft zich de laatste jaren veel moeite getroost om computer en breedbandinternet thuis en ingeburgerd te krijgen. Maar de integratie van al dat moois in onderwijs en opleiding wil niet zo vlotten. Zeker, er zijn zeer mooie showcases, waardevolle projecten en proeftuinen of omvangrijke inventarissen van tools, maar je kan ze nog allemaal bij wijze van spreken samenvatten in één boekdeel zoals Taccle dit deed. Onderzoeken met een groter vogelperspectief plaatsen Vlaanderen eerder in de slome middenmoot.

Kijken we even over de taalgrens, dan moet Vlaanderen in vergelijking met Wallonië zelfs het onderspit delven. http://www.learn-on-line.be is een overkoepelend initiatief van alle Franstalige opleidingsverstrekkers. Men houdt er de vinger aan de pols, ontwikkelt gezamenlijke projecten en brengt mogelijke partners samen. AWT is het Waalse agentschap voor telecommunicatie en ondersteunt financieel en logistiek allerhande initiatieven ter bevordering van e-learning zoals bijvoorbeeld het allereerste seminarie over Serious Game in Wallonië. Een dergelijke overkoepelde instelling met dezelfde doelstellingen heeft Vlaanderen nog niet.

Er is dus nog méér dan één afstand te overbruggen om het afstandsonderwijs als volwaardige opleidingsvorm te (h)erkennen.

Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB

dinsdag 31 augustus 2010

ALI EN ASIB TONEN DE WEG

Recent onderzoek van het Centrum voor Sociaal Beleid en de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen op vraag van de VDAB toont aan dat heel wat werkzoekenden met “een gat in hun CV” kampen en juist daarom zeer moeilijk of zelfs niet aan de bak geraken.

Wervings- en selectieverantwoordelijken, HR en bedrijven staren zich immers blind op dit gat en kijken daarom niet naar de reële - soms verborgen competenties - van deze kandidaten.

woensdag 28 juli 2010

Werk … Woorden en Beeld … Spraken

Het is genoegzaam bekend dat elk professioneel domein, elk vakgebied zijn eigen jargon heeft. Dit geldt ook voor de arbeidsmarkt. Beleidsmakers en arbeidsmarktactoren hanteren vaak begrippen, bewoordingen en beelden die niet of weinig toegankelijk zijn voor de werkende en werkzoekende mensen die nochtans de voornaamste spelers zijn op de arbeidsmarkt. Bovendien hebben bepaalde woorden soms een erg stigmatiserende klank of een negatieve connotatie. Zij geven daardoor impliciet of expliciet uitdrukking aan zekere machtsverhoudingen en waardeoordelen op de arbeidsmarkt. Daarom is het van belang om duidelijke en ruim toegankelijke begrippen en beelden te gebruiken die ook mobiliserend én activerend “werken”.

dinsdag 6 juli 2010

Groenboek ...Witboek

“Groenboek. Jawel Groenboek. En daarna Witboek…Witboek…Witboek!
Wie herinnert zich deze woorden niet van voormalig federaal minister van Pensioenen, Michel Daerden, toen hij zijn beleidsintenties ivm de pensioenproblematiek in de Senaat toelichtte.( http://www.youtube.com/watch?v=T7Dw9GL9Pdc&feature=related). De inspiratie om met een Groenboek en een Witboek te werken haalde Daerden uit de aanpak van de Europese Commissie. De Commissie lanceert immers regelmatig voor belangrijke beleidsthema’s een maatschappelijk en politiek debat aan de hand van een Groenboek dat relevante vragen bij het gekozen thema opwerpt.

woensdag 23 juni 2010

Pool of pool?

Nu we afstevenen op een knelpunteconomie – omdat er een hardnekkige structurele mismatch is inzake kwalificaties – wordt heel wat heil verwacht van economische migratie. De Polen in de bouw en de schoonmaaksector staan hierbij als voorbeeld. Bij economische migratie als oplossing moeten toch een aantal kanttekeningen geplaatst worden om te voorkomen dat men irrealistische verwachtingen koestert. Zo slaat de vergrijzingstendens in Oost-Europa bijvoorbeeld sneller toe dan bij ons zodat het potentieel op termijn beperkt is. Tevens voeren de meeste Oost-Europese staten nu een retentiebeleid t.a.v. hun arbeidskrachten; ze hebben ze immers ook nodig voor de eigen economische ontwikkelingen. Verder moeten we in de “slag om vreemd talent” concurreren tegenover grotere taalgebieden waar de mogelijkheden inzake horizontale en verticale mobiliteit veel groter zijn… zeker voor mensen die bij uitstek mobiel zijn. Tot slot zijn we er met de Polen niet in geslaagd om ze aan te trekken voor de meer hoger gekwalificeerde segmenten van onze arbeidsmarkt.

dinsdag 8 juni 2010

Werkloosheidsgraad van 100%

Volgens de recente cijfers van de VDAB bedraagt de werkloosheidsgraad in Vlaanderen eind april 2010 circa 7%. Dit is – zelfs in Europees vergelijkend perspectief – geen “slechte score” maar het is en blijft hoe dan ook een abstract cijfer…. Achter dit cijfer staan immers nog steeds meer dan 200.000 personen die werkloos zijn. De werkloosheidsgraad van ieder van deze 200.000 personen apart is 100%! Eenieders totaliteit van (potentiële) competenties blijft immers volledig onaangeroerd op de arbeidsmarkt. De totaliteit van de niet-ingezette competenties bedraagt dus 200.000 x 100%. Daarom mogen we ons nooit enkel blindstaren op die formele werkloosheidsgraad, maar moeten we voortdurend focussen op het onbenutte potentieel aan talent.

woensdag 26 mei 2010

Van leren naar loopbaanleren

De arbeidsmarkt van morgen vraagt actieve medewerkers die zelf het stuur van hun loopbaan in handen kunnen en willen nemen, zich bewust zijn van de noodzaak van blijvende competentie-ontwikkeling en goesting hebben om bij te leren. Deze ingesteldheid moet toekomstige medewerkers via hun onderwijsloopbaan worden bijgebracht. Dit kan enkel als de school wordt omgevormd tot een echte “loopbaanleeromgeving”, waarin niet enkel “klassieke” kennisvergarings- en leercompetenties worden bijgebracht maar ook sociale competenties, burgerschaps- en beroepsuitoefeningscompetenties. Je kan ze groeperen als loopbaancompetenties. Dat dit kan en nuttig is wordt aangetoond in Nederlands en Amerikaans praktijkonderzoek. Uit dit onderzoek blijkt met name dat kinderen uit kansarme middens meer uit hun loopbaan halen bij het bijbrengen van leer- en loopbaancompetenties in het initieel curriculum.

dinsdag 11 mei 2010

Olympisch estafetteteam

Ons onderwijs- en arbeidsmarktbestel besteedt te weinig aandacht aan preventie. We zetten nog veel te veel in op remediëring wat niet alleen een verspilling van geld en middelen inhoudt maar ook en vooral een verspilling van talenten.

Zo zijn er in het onderwijs heel wat initiatieven en maatregelen om schooluitval te voorkomen. “Aanval op de uitval” luidt het devies van het Nederlands Onderwijsdepartement waar men gelijkluidende problemen kent. Helaas richten die initiatieven zich hoofdzakelijk op jongeren die al “uitgevallen” zijn. Ze houden hen vast in een remediërende aanpak en dat werkt niet. Deze jongeren zijn immers al – vaak door het watervalsysteem in het secundair onderwijs – “vernederd” in hun onderwijsloopbaan, hebben hun motivatie verloren en keren zich af in alles wat naar school en leren ruikt. Helaas neemt deze groep eerder toe dan af. Hoeft het gezegd dat deze jongeren veelal gedoemd zijn tot een precaire beroepsloopbaan! Hoe kan je hen als ze een stap op de arbeidmarkt zetten toch motiveren om zich “bij te scholen” als het etiket “scholing” bij hen een negatieve connotatie oproept? En zelfs al lukt dan toch voor sommigen van hen zo’n bijscholing, omwille van de praktijk- en bedrijfsgerichtheid ervan, dan nog is er veel tijd, geld en energie aan verloren gegaan.