“Spiegeltje, spiegeltje aan de wand… Wie is de meest diverse
organisatie van het land?”… De spiegel moest zo hard nadenken over deze vraag
dat hij in duizenden stukjes barstte. Geen wonder want qua diversiteit scoren
we zeer slecht op de arbeidsmarkt en in onze arbeidsorganisaties.
Personen met
beperkingen of met een migratie-achtergrond en 55-plussers zijn
oververtegenwoordigd in de werkloosheid en inactiviteit en
ondervertegenwoordigd in het arbeidsproces. Vrouwen botsen nog steeds op glazen
muren en plafonds… We krijgen dan ook regelmatig negatieve rapporten van de
Europese Commissie en de OESO over ons gebrekkig diversiteitsbeleid. Onze
arbeidsmarkt is bijlange geen afspiegeling van de bevolking en dat is niet alleen
maatschappelijk onwenselijk omdat je zo geen gelijke kansen-samenleving creëert
maar ook economisch; uit Noord-Amerikaans onderzoek blijkt immers dat een
divers personeelsbestand samengaat met een grotere bedrijfsperformantie, meer
innovatie en een grotere wendbaarheid.
Waarom is onze arbeidsmarkt dan zo gekenmerkt door een persistente
onevenredige arbeidsdeelname van deze kansengroepen? Durven we in de spiegel te
kijken en de juiste vragen te stellen hoe dit komt? Zoals de vraag of onze
wereld van wervings-, selectie- en HR-verantwoordelijken zelf wel genoeg divers
is om de kracht van diversiteit ten volle te kunnen inschatten. Zit er
voldoende kleur aan die kant van de tafel? Moeten we hier niet beginnen met het
afspiegelingsprincipe te introduceren? Of de vraag of onze klassieke wervings-
en rekruteringskanalen wel de beoogde diversiteitsgroepen effectief kunnen bereiken
dan wel leiden tot nog meer kloning van het personeelsbestand? In elk geval een
advertentie met “wij staan open voor diversiteit” werkt niet!
Hebben we al werk
gemaakt van “outreachend” recruteren? Of de vraag of we niet vasthouden aan enkele
HR-ficties. Een eerste is dat er zoiets bestaat als een objectieve werving op
grond van diploma of competenties… Heeft immers niet iedereen unieke talenten
en competenties? Het is toch niet omdat je als leerling eenzelfde cijfer op
jouw rapport hebt als een andere leerling dat je “gelijke competenties” hebt… Snelheid
van antwoorden, betrokkenheid bij vraagstelling, invalshoek, gedachtengang…
kunnen immers grondig verschillen. Kan je wel ooit spreken van gelijke competenties…
in welk geval dan bijvoorbeeld in de overheid bij een leidinggevende functie de
voorkeur naar een vrouw moet uitgaan… of zijn vrouwelijke competenties niet sowieso
nodig en gewenst op elke niveau van een organisatie? Een andere fictie is dat competentiebeleid
vóór moet gaan op het diversiteits- en afspiegelingsbeleid… alsof beiden niet
kunnen samengaan én op eenzelfde voet moeten worden geplaatst. Het
binnenbrengen van diversiteit in een organisatie met weinig diversiteit is
immers een meerwaarde op zich die groter kan zijn dan de klassieke
competentiekloof tussen kandidaten, en een vaardigheid die de organisatie echt verrijkt!
Moet zelfs het afspiegelingsprincipe niet vooropstaan zolang een organisatie
sterk afwijkt van de bevolkingssamenstelling?
Dit soort en andere vragen moeten we open kunnen stellen en
durven beantwoorden. Anders vrees ik dat we nooit het afspiegelingsprincipe
kunnen realiseren en niet recht in onze diversiteitsspiegel kunnen kijken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten