Bij de bekendmaking van het resultaat van het
Brexit-referendum kroop menig opiniemaker, beleidsverantwoordelijke of
bedrijfsleider met business-relaties in de UK in zijn of haar pen om te wijzen
op de drastische gevolgen van deze EU-uitstap voor de eigen economie,
arbeidsmarkt of organisatie. Een even grote ‘awareness’ lijkt er evenwel niet
te zijn voor de ‘grexit” die op ons afkomt en die een grotere impact zal hebben
dan de Brexit. Onze arbeidsmarkt zal immers de komende periode gekenmerkt worden
door de massale uittrede van grijs talent. Volgens een raming van het Steunpunt
Werk moesten er in de periode 2011-2015 ongeveer 300.000 vacatures ingevuld
worden, door de vergrijzing zou dit voor de periode 2016-2020, afhankelijk van
de conjunctuur, kunnen oplopen tot 370.000 à 410.000. Door de sterke uitstroom
van babyboomers en de geringere instroom van jongeren is de vervangingsgraad
bij de actieve bevolking sterk gedaald. Met een ratio van 98,9 in 2007 is de
instromende generatie jongeren (15-24) kleiner geworden dan de uitstromende
generatie ouderen (55-64). De ratio ‘jong/oud’ daalt de komende jaren verder
tot slechts 77,2 in 2022 en zal pas daarna geleidelijk weer toenemen maar
blijft volgens de lange termijn-projecties nog tot halfweg deze eeuw beneden
100. Het is evenwel niet enkel een kwantitatief vraagstuk voor de arbeidsmarkt,
ook de kwalitatieve mismatch zal toenemen omdat o.m. de STEM-gap tussen vraag
en aanbod nog dreigt te vergroten.
In die context kunnen we morgen geen enkel talent links
laten liggen en moeten we sterker inzetten op meerdere sporen: betere
aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, meer personen met een
migratie-achtergrond of beperking tewerkstellen, investeren in de creatie van
laaggeschoolde banen, inzetten op levenslang leren, verbreding en versterking
van het activeringsbeleid, etc … Maar we moeten ook de lessen trekken uit het
verleden en stoppen met 50-plussers vlug af te schrijven en buiten het
arbeidscircuit te duwen. We moeten hun langere inzet verwelkomen in het arbeidsmarktbeleid
en het HR-beleid in organisaties. Dit kan enkel indien we de vooroordelen tov
“oudere” werkzoekenden ombuigen naar voordelen verbonden aan “ervaren”
werknemers/werkzoekenden. Anita Stevens ontkracht in haar boek “De vintage
werknemer, hoe langere en anders werken?” op een treffende en concrete manier
de heersende vooroordelen.
Enkele van de belangrijkste vooroordelen tegenover oudere
werknemers zijn de hoge loonkosten waardoor het investeren in ouderen minder loont,
het hogere absenteïsme wegens ziekte en de geringere productiviteit,
flexibiliteit en leerbereidheid. Naast het feit dat oudere werkzoekenden soms
bereid zijn hun looneisen te milderen (ze willen vooral boeiend werk), zijn er
de sterke loonkostsubsidies. Sinds 1 juli 2016 is er de Vlaamse
doelgroep-vermindering gedurende 8 kwartalen. Erna vallen de nog ‘zittende’
werknemers terug op de federale doelgroep-vermindering. Het kortdurende
ziekteverzuim ligt bij ‘oudere’ werknemers eerder aan de lage kant maar de
laatste jaren neemt vooral het langdurend ziekteverzuim bij hen toe. Het
bedraagt in 2014 bijna 5% bij de 55-59 jarigen. De toename situeert zich in
alle leeftijdsgroepen en voor “ouderen” in alle sectoren. Tegenover een
gemiddelde van 2,6% is het langdurend verzuim bij “oudere” werknemers nog
‘redelijk’, maar een ‘actief verzuimbeleid’ is in het licht van het ‘langer
werken’ urgent. Dit vraagt een preventieve aanpak rond motivatie, welzijn op
het werk en de werkbaarheid van de job.
Er is geen wetenschappelijke consensus over een intrinsiek
lagere productiviteit van “oudere” werknemers.
Recent onderzoek stelt zelfs dat de productiviteit eerder stabiel blijft
dan daalt met de leeftijd. Hogere loonkosten en ziekteverzuim beïnvloeden de
vergelijking, maar de specifieke competenties van “oudere” werknemers
(ervaring, betrokkenheid, loyauteit,…) kunnen dit compenseren en maken hen
anders productief. Daarnaast hangt het van het management af in hoeverre
werkbaar werk en leermogelijkheden de productiviteit op niveau houden. Op vlak
van ‘leerbereidheid’ scoren oudere werknemers niet lager dan jongere collega’s.
Ze krijgen wel minder opleidingkansen. Het recente ‘Opleidingspact’ tussen de
sociale partners bevestigt nogmaals dat vorming en opleiding essentiële bouwstenen
zijn voor een sterk (EINDE)loopbaanbeleid.
En dat laatste is essentieel om de gevolgen van de grexit nu
én morgen op te vangen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten