Het populaire TV-programma “Wat als?” op 2BE sleurt de kijker op een humoristische, sketchgewijze
manier mee in een pseudo-realiteit. Dankzij de scenario’s met een hoek af en sterke acteurs en
actrices zoals Ben Segers, Bruno Vanden Broecke, Charlotte Vandermeersch en Ruth Beeckmans,
won de reeks de gouden Roos, de Comedy Award en de Emmy Award. Geen wonder dat “Wat Als?”
ook side-kicks krijgt op allerlei congressen en symposia. Moderatoren en organisatoren werpen je
dan constant de vraag “wat als?” voor de voeten… Dikwijls impertinent of irrelevant omdat men
vertrekt vanuit een simplistische (vooronder)stelling of vanuit een bipolair mens- of
maatschappijbeeld of omdat eigen creativiteit ontbreekt…
Maar de “wat als?”-invalshoek kan wel boeiend zijn wanneer ze bedoeld is om bruggen te slaan en
verbindingen te leggen tussen verschillende eco-systemen of om doorheen verschillen gelijkenissen
te ontdekken
Zo kreeg ik de uitdaging voorgelegd “wat als de VDAB een bedrijf zou zijn?”. Het antwoord op deze
vraag legt meer gelijkenissen bloot dan de veronderstelde verschillen. Zo werken vandaag zowel
private als publieke organisaties in een VUCA-omgeving. De 4 componenten (Volatility – Uncertainty
– Complexity – Ambiguity) kunnen naargelang de organisatie wel een andere inhoud krijgen maar ze
wegen hoe dan ook door op alle organisaties. Overheidsbedrijven werken zoals private bedrijven
vandaag klant gericht. Zetten ze de klant niet centraal dan voelen ze dit onmiddellijk in hun bereik-
en tevredenheidscijfers, klantenmanagement, rapporten van toezichthoudende instanties,
stakeholdersrelaties, ... Ondernemerschap of ondernemingszin zijn vandaag ook kerncompetenties
van de publieke dienstverlener. Niet voor niets wordt in het op de VDAB gebaseerd
leiderschapsmodel van de Vlaamse overheid de rol van “ondernemer” apart benoemd. Waar
overheidsorganisaties, al dan niet onder politieke druk, in illo tempore hun klanten konden “koest
houden” met goede voornemens, eist de burger nu terecht harde en concrete engagementen. Hij wil
waar voor zijn belastinggeld. Met de private organisaties hebben we ook gemeen dat we op zoek zijn
naar geëngageerd talent dat we aan onze organisatie willen binden. Employer branding is geen
monopolie van privébedrijven… En als CEO van een overheidsbedrijf zie ik gelijkenissen met
bedrijfsleiders die ik ontmoette en me inspireerden zoals Wouter Torfs, Mario Fleurinck , Herman
Van de Velde, Ronnie Leten … Daardoor vul ik mijn rol ook vooral in als het stimuleren van Co-creatie,
het Empoweren van medewerkers en klanten en het Outside-in denken en doen…
Allemaal zo verschillend van privébedrijven? Zeker niet… Ook niet omdat de vraag omgekeerd kan
worden gesteld “Wat als een bedrijf een publieke functie zou uitoefenen?” En dat is een even
pertinente vraag. Ik heb het dan niet alleen of zozeer over bedrijven die voor rekening van de
overheid scholen bouwen of wegen aanleggen, over IT-bedrijven die hard- en software leveren aan
de overheid, over consultancy-kantoren die ons helpen met veranderingsprocessen. Neen, ik heb het
over de tientallen bedrijven uit de voedingsnijverheid, informatie en communicatiesector, het
bankwezen, de metaalnijverheid, de logistiek, … die ons spontaan benaderen om
werkervaringsplaatsen aan te bieden voor jonge werkzoekenden omdat ze zelf iets willen doen aan
de torenhoge jeugdwerkloosheid. Ik heb het over de paar honderd bedrijven die zich daadwerkelijk
hebben geëngageerd in het nieuw duaal leren en leerplichtigen willen vormen op de werkvloer. Ik
heb het over bedrijven die een modern, medewerkersgericht HR-beleid voeren dat in het teken staat
van langer leuker werken. Ik heb het over bedrijven die ex-gedetineerden een kans geven op
integratie via de werkvloer…
Dit soort bedrijven oefent publieke functies uit die de algemene doelstelling van de overheid én de
samenleving ten goede komen. Die bedrijven moeten we koesteren! Dat is geen “wat als?” maar een
“dat is”-verhaal!
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten