In zijn politieke rentrée-nota “Strategische keuzes voor sociaal beleid” maakt Frank Vandenbroucke nogmaals duidelijk hoe zwaar de vergrijzingsfactuur zal doorwegen op de budgetten van de komende periode. Eén conclusie is alvast dat we deze factuur enkel maar kunnen verlichten door met meer mensen langer te werken. Onze lage werkzaamheidsgraad is een structurele handicap die moet overwonnen worden. Daartoe zijn niet alleen de al veel bepleite aanpassingen in het arbeidsmarktbeleid (versterking van de activeringsaanpak; meer investeringen in opleiding en vorming, …) en het arbeidsrecht (ombouw van het ontslagrecht naar een herplaatsingsrecht; van een arbeidsovereenkomst naar een loopbaanovereenkomst, …) noodzakelijk, maar moet ook de sociale zekerheid her- en verrijkt worden.
Vandaag is de sociale zekerheid nog altijd gericht op het verzekeren van klassieke sociale risico’s zoals werkloosheid, ziekte en inactiviteit. Burgers die dit risico kennen, krijgen in dat kader een uitkering die hen in staat moet stellen een zeker inkomen te behouden zodat ze uit de bestaansonzekerheid en armoede blijven. We moeten evenwel vaststellen dat er zich bovenop deze “oude” risico’s nieuwe sociale risico’s manifesteren zoals laaggeschooldheid, gebrek aan kinderopvang, onmogelijkheid om arbeid en gezin te combineren, tekort aan aangepaste arbeid en vormingsmogelijkheden of beperkte mobiliteit. Met de doelstelling van “met meer mensen langer werken” voor ogen vergt de bestrijding van deze oude en nieuwe risico’s een sociaal zekerheidssysteem dat mensen stimuleert zo vlug en lang mogelijk actief te blijven op de arbeidsmarkt. Indien nodig zal dit via aangepaste vormen van arbeid moet gebeuren. Het activerende karakter van de hele sociale zekerheid en niet enkel van de werkloosheidsverzekering komt dus voorop te staan als focus. Dit vereist een globale aanpak die mensen de vaardigheden bijbrengt om zich maximaal te ontwikkelen en in te schakelen in de arbeidsmarkt.
Amartya Sen, de Nobelprijswinnaar Economie en hoogleraar aan de universiteit van Harvard (VSA), reikt met zijn “Capability Approach” het perfecte kader aan voor de fundamenten van een nieuw sociaal zekerheidsbeleid. Zijn opvatting stelt de ontwikkeling van de persoonlijke vermogens en mogelijkheden centraal en vraagt dat de publieke voorzieningen zo worden ingericht dat ze toelaten dat burgers hun competenties maximaal kunnen exploiteren. Hierbij moet ook het verwerven van een passende job binnen eenieders bereik komen. Het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (NL) “Investeren in werkzekerheid” merkt dan ook terecht op dat “in termen van arbeidsmarktinstituties het pleidooi van Sen neerkomt op meer activerende, mobiliserende en participatiebevorderende instrumenten en niet louter financiële herverdelingsmechanismes”. Sens opvatting is evenwel niet enkel van belang voor de arbeidsmarktvoorzieningen maar evenzeer voor de nieuwe sociale zekerheid die juist een hefboom vormt voor het aanmoedigen van ontwikkelingskansen voor sociaal verzekerden. Aldus moet het sociaal beleid tot doel hebben individuen in staat te stellen om hun vermogens zo in te zetten dat ze hun (levens) loopbaanplannen kunnen realiseren. Dit houdt intrinsiek een pleidooi voor meer maatwerk in want het gaat over het ontwikkelen van het individuele vermogen, het toerusten van individuele “capabilities”.
Na Bismarck en Beveridge, de architecten van het “oude” sociaal beleid, is het nu de uitdaging om met een nieuwe architect zoals Amartya Sen de sociale zekerheid van de toekomst in te richten. Waar wacht de academische wereld op om dit model vorm te geven? Een mogelijk principieel kader is er, de academische expertise ook, …
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
2 opmerkingen:
Goede aanzet te vinden in het rapport van Ides Nicaise (duurzame arbeidsintegratie van zwakke werkzoekenden via herinschakelingsprojecten) , waarin de effectmeting van arbeidsmarktintegratie niet louter kwantitatief (uitstroompercentage etc) maar ook kwalitatief werd gemeten adh van de theorie van Sen. Een (ondersteunde) arbeidsmarkttransitie welke leidt tot een verhoogd niveau van functioneren (ofte menselijk kapitaal) kan dan ook als zodanig gevaloriseerd worden.
Op naar meer van dit !
Meneer Leroy, dat een topambtenaar als u diepgaande interesse betoont in het werk van Amartya Sen en een academisch debat wil ontlokken ten einde te komen tot een nieuwe architectuur voor de sociale zekerheid, kan alleen maar worden toegejuicht.
Ik zal trachten om met een eerste reactie het debat te openen.
Ik hoop dat u na het lezen van mijn reactie nog steeds bereid zal zijn om de discussie aan te gaan, een integrale discussie wel te verstaan, ten gronde, zonder taboes. Want Sens Capability Approach heeft wel degelijk verstrekkende maatschappelijke en politieke consequenties, die vandaag allesbehalve vanzelfsprekend zijn.
Ik wilde mijn tekst hier integraal publiceren maar dat lukte niet wegens technische beperkingen van deze website (max. 4096 kar.). Daarom voel ik mij gedwongen om de lezer door te verwijzen naar de volgende website waar u de integrale versie van mijn reactie kan lezen: http://geldandersbekeken.wordpress.com/2010/04/13/reactie-op-blogpost-fons-leroy-vdab-nieuwe-architect-gezocht-en-gevonden/ .
Ik hoop dat u mij dit niet kwalijk zal nemen en mijn reactie toch zal publiceren. Deze doorverwijzing ligt zeker buiten mijn initiële intentie maar is naar mijn aanvoelen noodzakelijk voor diegenen die het debat echt zouden willen aangaan. Een loutere samenvatting, en vooral het weglaten van de uitgebreide en noodzakelijke voetnoten, zou alleen maar leiden tot onnodige misverstanden en kritiek.
Toch wil ik ook hier al een korte toelichting geven:
Om te beginnen zal het politieke bedrijf totaal van aard veranderen.
De hoofdrol van de politiek dient te bestaan in het faciliteren van haar burgers bij het maken en uitvoeren van haar levenskeuzes.
De individuele levenskeuze op zich staat dus voorop.
Dit houdt in dat strikt genomen de politiek haar burgers niets meer zal kunnen voorschrijven. Dus ook niet dat we allemaal moeten werken, en dat we dit langer zullen moeten doen. De politieke facilitatie mag ook niet meer louter in financiële termen worden begrepen zoals dat vandaag zeer vaak het geval is.
De politiek dient zich dus volgens Sen en Nussbaum niet zozeer af te vragen “hoeveel hebben zij?” of “welke (welomschreven) job kunnen zij verrichten?”, maar veeleer “welke rijkdom aan talenten dragen zij in zich?” en dus “wie kunnen ze worden?”.
De politiek dient dus in de eerste plaats praktische obstakels weg te werken en iedereen gelijke kansen te bieden. En in dat opzicht komen nu een heleboel andere onderwerpen in het vizier.
Ik zal argumenteren dat minstens het basisinkomen, het eigendoms- en erfrecht, evenals de gangbare liberaal-kapitalistische economische doctrine, naar mijn mening, noodzakelijk onderwerp zullen moeten vormen van een fundamenteel debat, zonder ideologische taboes.
Niet min dus. Daarom hoop ik dat u na het lezen van mijn reactie nog steeds bereid zal zijn om de discussie ten gronde aan te gaan. En samen met u, hoop ik dat uw oproep effectief ook bij anderen gehoor zal krijgen.
Tot slot maak ik in mijn bijdrage van de gelegenheid gebruik om zelf nog een vrij onbekend onderwerp aan de lijst toe te voegen.
Om de sociale zekerheid effectief te kunnen redden zoals wij beide beogen, is het naar mijn persoonlijke mening namelijk verder ook dringend noodzakelijk dat er werk wordt gemaakt van de introductie van complementaire munten.
Het zou me hier te ver leiden om uit te weiden over mijn ideeën hieromtrent. Maar ik geloof werkelijk dat dergelijke munten een cruciale rol zouden kunnen spelen in een sociaal beleid voor de 21e eeuw, en dat zij de sociale zekerheid effectief zouden kunnen redden. Maar u kan om kennis te maken met dit onderwerp al eens een kijkje nemen op de volgende website: http://geldandersbekeken.wordpress.com/ .
Een reactie posten