vrijdag 1 juni 2007

VDAB & OCMW: samen méér dan twee!

De hervorming van het arbeidsmarktbeleid staat hoog op de politieke agenda. Terecht want de verhoging van de werkzaamheidsgraad is een absolute voorwaarde om onze economie te laten blijven draaien en onze welvaart in stand te houden. Om meer mensen aan het werk te krijgen én te houden, zal een krachtig meersporenbeleid moeten worden ontwikkeld met o.m. een modernisering van het arbeidsrecht, verhoogde investeringen in onderwijs en vorming en een preventief werkloosheidsbeleid. Maar ook een veralgemeende sluitende begeleidingsaanpak van werkzoekenden en een coherent activeringsbeleid. Hoewel hier al een duidelijke weg werd afgelegd zijn er nog “systeemverbeteringen” nodig.

Lees meer

1 opmerking:

Anoniem zei

Geachte heer Leroy


In de recente bijdrage op uw blog stelt u dat het wenselijk is dat de tewerktstellingsopdrachten worden overgeheveld van het OCMW’s naar de VDAB. Terecht merkt u op dat de hervorming van het arbeidsmarktbeleid hoog op de politieke agenda staat en moet staan. VVSG erkent dat de verhoging van de werkzaamheidsgraad een absolute voorwaarde is om onze economie, en de daaraan gekoppelde welvaart, in stand te houden. Laat ons toe te reageren op, onze ongerustheid uit te spreken over en enkele kanttekeningen te plaatsen bij uw discours.



Uw opmerking over het “het befaamde artikel 60 §7” moet grondig genuanceerd worden. Sinds de invoering van het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI-wet) op 1 oktober 2002 werkt het overgrote deel van de OCMW’s aan de socioprofessionele inschakeling van hun cliënten. Het is een proces dat reeds door heel wat OCMW’s eerder werd gestart, onder meer onder impuls van het ‘lenteprogramma’. De RMI-wet heeft de OCMW’s een aantal tools gegeven om aan deze inschakeling te werken, via het aanbieden van een arbeidsovereenkomst of via een Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI). Wat dit laatste betreft kan het gaan over het volgen van een studie met een voltijds leerplan of een tewerkstelling die binnen een bepaalde periode leidt tot een arbeidsovereenkomst.



De tewerkstellingsmaatregel artikel 60 §7 werd ooit in het leven geroepen om personen die geen recht hebben op uitkeringen de nodige arbeidsdagen te laten bewijzen om ziekte- en werkloosheidsuitkering te laten verwerven. De OCMW’s, VVSG en de bevoegde minister van Maatschappelijke Integratie zagen al snel in dat deze aanpak onvoldoende was in het kader van een structurele armoedebestrijding. Wat te weinig of niet aan bod komt in uw analyse is dat de aanpak van de OCMW’s, onder meer onder impuls van een veranderende arbeidsmarkt, sterk veranderde en dat deze instellingen door de jaren heen meer de nadruk legden op het aanreiken van werkervaring en het verwezenlijken van een duurzame tewerkstelling. Met succes! Hoewel er nog werk aan de winkel is, bevestigde een in opdracht van de POD Maatschappelijke Integratie uitgevoerde studie dat 52% van de personen die tewerk werden gesteld in het kader van artikel 60 §7 binnen het jaar erna weer aan het werk zijn.



Wij willen dit verhaal nog verder nuanceren door erop te wijzen dat de verwachting is dat bestaansonzekerheid en armoede op middellange termijn zullen toenemen (minder werk voor laaggeschoolden, economische migraties). Een structureel armoedebeleid werkt op lange termijn en moet inwerken op verschillende elementen én op hun onderlinge samenhang.



Ten eerste moet er gefocust worden op de mensen die zich in een armoedesituatie bevinden. Zij moeten in staat gesteld worden hun armoede beter te beheren, moeten hulp krijgen bij het lenigen van hun noden en moeten versterkt worden zodat noodsituaties in de toekomst kunnen worden voorkomen. Participatie van de doelgroep zelf in het vinden van oplossingen is volgens VVSG de weg die daarbij moet worden bewandeld. De OCMW’s zijn daarvoor het ideale instrument.



Wijmogen absoluut de probleemoplossingen voor de doelgroep van de OCMW’s niet onderschatten. De situatie van deze mensen is vaak precair, er is een cumulatief proces van maatschappelijke uitsluiting en ze zijn maatschappelijk kwetsbaar. Dit brengt een verhoogd risico met zich mee om in contact met maatschappelijke instellingen vooral, en telkens opnieuw, de negatieve (i.c. disciplinerende) aspecten te ondergaan en minder te genieten van het positieve aanbod. Om hieraan tegemoet te komen is een interactief proces noodzakelijk. Ook hiertoe leent de structuur van het OCMW zich perfect.


Ten tweede moet de samenleving, die armoede produceert, worden heringericht. Maatschappelijke zorg drijft op solidariteit, verstrekt collectieve voorzieningen en verzekert sociale grondrechten. In elk geval is armoede volgens VVSG meer dan een inkomensprobleem. Arbeid is een zeer belangrijke hefboom, maar niet de enige. Het debat dreigt integratie gelijk te stellen aan tewerkstelling en verantwoordelijkheid aan werkbereidheid. Dit leidt niet tot duurzame oplossingen.



Ongeveer een jaar geleden meldde u dat de VDAB-dienstverlening ontoereikend is voor de begeleiding van 20% van de langdurig werklozen. Wij betwijfelen dan ook dat VDAB, ondanks een aantal duidelijke inspanningen, op één jaar tijd de inhaalbeweging volledig heeft gemaakt en ook nog in staat is alle leefloongerechtigden te begeleiden. Het gebrek aan invulling van bestaande vacatures door uw dienst bewijzen ook initiatieven zoals jobkanaal, legale arbeidsmigratie en daarbij aansluitende recente politieke discussies.



Het klopt dat OCMW’s vandaag in beperkte mate deelnemen aan het Werkwinkelverhaal. Maar om die reden moet het kind (de Werkwinkel) niet met het badwater weggegooid worden. Op sommige plaatsen werkt het immers wel. Er zijn verscheidene redenen voor het gebrek aan integratie Werkwinkel/OCMW. In de eerste plaats zijn er geen 308 werkwinkels maar een 130-tal, wat betekent dat de OCMW's fijnmaziger zijn georganiseerd en de doelgroepen beter kunnen bereiken. In de tweede plaats zijn, voor de OCMW’s die bewust kiezen voor de werkwinkel, een aantal drempels ingebouwd. De sleutels voor vaak technische belemmeringen liggen o.a. binnen de VDAB: het cliëntvolgsyteem, .. Vanuit dit perspectief bekeken is de balans ons inziens zelfs gematigd positief. Het sterkt ons in de overtuiging dat het versneld tegemoetkomen aan een aantal verzuchtingen van de OCMW’s de integratie zeer sterk zal bevorderen. VVSG schaart zich in elk geval achter de éénloketfunctie en de Werkwinkel als netwerkorganisatie, en bewijst dit onder meer door een zeer actieve deelname aan de Projectcel Werkwinkels en door verschillende beleidsdossiers actief te koppelen aan het Werkwinkelverhaal.



Elk OCMW, en bij extensie elke gemeente, heeft er alle belang bij om een langetermijnoplossing te vinden voor elke leefloner. Zij betalen immers mee, maatschappelijk én financieel. Wij willen ook wijzen op de primaire verantwoordelijkheid van de lokale overheid op het vlak van beschikbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid voor iedereen van lokale dienstverlening. Het lokale bestuur, als democratisch verkozen bestuur, streeft naar de realisatie van een leefbare omgeving voor haar inwoners. Dit beperkt zich niet tot ruimtelijke ordening, veiligheid of vuilnisophaling, maar ook door een rol te spelen in de lokale arbeidsmarkt, meer bepaald inzake noden en behoeften voor burgers, wijken en buurten, bedrijven, zelfstandige ondernemers, enz. De lokale overheid is prima geplaatst om bij te dragen tot een arbeidsmarktbeleid-op-maat. Ze beschikt over informatie uit eerste hand, zowel op het individuele, sociale als economische vlak.



Het is aan de gemeente om met relevante maatschappelijk actoren op lokaal niveau een consistent beleid tot stand te brengen. Lokale besturen moeten dit niet realiseren door een hiërarchische macht, maar door alle partijen op vrijwillige basis te bewegen tot samenwerking bij de oplossing van een gemeenschappelijk lokaal vraagstuk. Deze lokale regie krijgt slechts zuurstof als andere overheden een kader creëren om binnen de gedetailleerde Vlaamse en Europese regels de ruimte te bieden om lokale vraagstukken op te lossen. Binnen dit kader hebben lokale besturen bewegingsvrijheid én verantwoordelijkheid om samen met maatschappelijke instanties passende oplossingen te zoeken voor lokale problemen. Ook het afstemmen van de verschillende instrumenten van de verschillende bestuurlijke niveaus kadert hierbinnen.



Wij willen pleiten voor het werken aan synergie en aan een versterking van de werking van de verschillende organisaties, in plaats van op te roepen om opdrachten van de partner te decimeren. Er is nood aan een opbouwend en open gesprek, met het nodige respect voor de verschillende rollen die de partners in het tewerkstellingsbeleid opnemen.