De vinkenzetting behoort tot het Vlaams ‘cultureel’ erfgoed
en dateert uit de Middeleeuwen. De vinken werden in afzonderlijke kooien gezet,
geblindeerd door melkglas, zodat ze niet door de buitenwereld konden worden
afgeleid. Zo was de vink in staat om zoveel mogelijk deuntjes te ‘schuifelen’…
Het ging zelfs zo ver dat de vinken echt blind werden gemaakt zodat ze zeker
niet de invloed van buitenaf zouden ondervinden… De winnende vinkenier was hij
die zoveel mogelijk liedjes had geturfd…
Vandaag duikt de vinkenzetting terug op in het management,
in elk geval bij publieke organisaties. De afvinkcultuur is wijd en zijd
verspreid… Zo moet de overheidsmanager verschillende aparte kooitjes opvolgen, elk
met een eigen deuntje. En hij wordt pas een goede manager bevonden indien alle
deuntjes zijn aangevinkt en opgeteld: risicobeheer, klachtenmanagement,
kwaliteitsbeleid, bedrijfscontinuïteit, diversiteit , welzijnsbeleid,
veiligheidsbeleid, horizontaal integratiebeleid, gelijke kansen, integriteit,
privacy, prestatiebegroting, activity based management, business proces management,
energie-performantie, duurzame ontwikkeling, personeelskostenbeheer, preventie
inzake radicalisering, personeelsbevragingen, monitoring tabellen,
communicatiebeleid, beleidsplan, personeelsplan, jaarlijks ondernemingsplan,
meerjarenbegrotingsprognose, scorecard, functionerings- en evaluatiegesprekken,
auditplanning, …
Al deze kooitjes hebben hun eigen legitimiteit maar worden
naast mekaar geplaatst en op de schouders van de overheidsmanager afgewenteld…
Het gevolg is dat deze inderdaad het risico loopt om zelf een blinde vink te
worden want in al die kooitjes is er geen plaats voor de eindklant. Alles wordt
immers hoofdzakelijk bekeken vanuit de invalshoek van de eigen organisatie,
volledig “inside-in”… Goed bedoeld maar hierin schuilt het grote gevaar. De
buitenwereld komt niet direct aan bod en nochtans liggen daar de uitdagingen
voor organisaties in een VUCA-wereld.
Elke leidinggevende moet daarom luisteren en blijven
luisteren als een vink naar de verwachtingen en bekommernissen van zijn
klanten. Daarom benadruk ik dat de kernelementen van de rol van de CEO van
vandaag te maken hebben met “Co-creation”, “Empowerment” en “Outside-in”. Die
kernbegrippen krijgen pas inhoud door zelf ruimte te creëren voor rechtstreekse
contacten met klanten. Alleen zo kan je hun polsslag voelen en je organisatie
sturen in functie van hun verwachtingen. Managers die constant bezig zijn met
processen, procedures, verplichtingen, … af te vinken, worden zelf in een
kooitje geduwd, met een eentonig deuntje en door anderen, maar niet hun
klanten, afgevinkt! Ze vormen bovendien een rem voor hun medewerkers om te
ondernemen, te innoveren, zich wendbaar op te stellen, tijd vrij te maken voor
klanten… Zo fnuiken ze hun medewerkers in plaats van hen de vleugels te geven
om uit hun kooitjes te vliegen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten