Mijn passie voor de wielersport en mijn verleden als teammanager van de professionele
wielerploeg Vlaanderen 2002 (nu Topsport Vlaanderen – Baloise) doen mij met enige
regelmaat in het wielerpeloton belanden. Ik koester deze biotoop niet alleen omwille van
mijn liefde voor het wielrennen maar ook omdat het wielerpeloton een spiegel is van de
samenleving en een arbeidsmarkt-op-zich. Binnen deze specifieke arbeidsmarkt gaat de
aandacht van het publiek en de media natuurlijk hoofzakelijk naar de renners, zeker de
vedetten zoals Fabian Cancellara, Tom Boonen, Peter Sagan, Mark Cavendish, Christopher
Froome en Alberto Contador. Ook de managers van de Belgische World Tour-ploegen zoals
Patrick Lefevere en Marc Sergeant en kleurrijke wielersponsors en –mecenassen zoals
Marc Coucke en Wouter Vandenhaute halen regelmatig het publiek forum met hun boude
uitspraken. Maar zelden of nooit worden de mensen die in de luwte van het peloton werken
in de schijnwerpers geplaatst. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan de mecaniciens en
soigneurs. Vaak zijn zij de sterkhouders van het team, niet enkel omwille van hun vakkennis
en –liefde maar ook omwille van hun humor, inzet en inlevingsvermogen. Ik hield uit mijn
wielerperiode vriendschappen voor het leven over met Robert, Peter, Roger, Julien, Patrick,
Marc, … allemaal gedreven mensen met een hart voor het wielrennen … Maar nu wil ik het
even specifiek hebben over een heel apart figuur: Guillaume Michiels.
Guillaume is voor de meesten – ook de wielersupporters – een nobele onbekende. Nochtans
was hij ooit de duivel-doe-al van de grootste wielrenner-aller-tijden, Eddy Merckx. Hij
masseerde Eddy, zorgde voor zijn voeding, deed de was en plas, kroop op de derny om met
Merckx te trainen, speelde zijn bodyguard en reed met hem van koers naar koers. Vóór hij
Merckx leerde kennen was hijzelf enkele jaren een bescheiden beroepsrenner maar omdat
hij het zout op zijn patatten niet verdiende, werd hij houtbewerker. De wielermicrobe liet
hem evenwel niet los. Hij leerde via zijn moeder de familie Merckx kennen en ontfermde
zich meteen om het koersend ketje Eddy. Zij werden een onafscheidelijk duo … tot Merckx
de fiets aan de wilgen hing. Voor Guillaume evenwel niet de tijd om te stoppen. Zijn passie
leidde hem naar Freddy Maertens, Marc Demeyer en Walter Godefroot die hem meenam als
verzorger naar IJsboerke en later T-Mobile. De laatste jaren werkte Guillaume als verzorger
bij Topsport Vlaanderen.
Vorig seizoen was Guillaume als 78-jarige nog steeds dag in, dag uit en op elk uur van de
dag in de weer voor “zijn” coureurs, jongens die met reden “bompa” tegen hem konden
zeggen … Maar nu kreeg hij van de wielerinstanties verbod om nog langer als soigneur te
werken. Hij wordt te oud bevonden en krijgt geen licentie meer; de verzekeringen willen niet
langer het “risico” dekken. Guillaume verstaat dat niet. Het peloton is zijn thuis, het houdt
hem jong en kwiek; hier kan hij zijn passie kwijt … Het woord pensioen staat niet in zijn
woordenboek. Jef Staes zal het graag horen! Guillaume is het levende bewijs dat passie
geen leeftijd kent, dat je lang met goesting kan werken, dat een waarderende omgeving je
jong houdt… Zo doorprikt hij onbewust alle vooroordelen die 50-plussers ondervinden op de
arbeidsmarkt.
Niet iedereen moet doorwerken tot de leeftijd van Guillaume … maar kan wel de boodschap
onthouden dat langer werken kan als je een in passievolle omgeving kan werken.
Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten