De wegenbouw van vandaag valt in niets meer te vergelijken met de
wegenbouw van gisteren. Vroeger waren het voornamelijk pittoreske troepjes
kasseileggers die wegen aanlegden. Momenteel worden straatwerken uitgevoerd
door multidisciplinaire teams van professionals. Het is een evolutie waar de
meesten onder ons nauwelijks bij stilstaan (tenzij we stilstaan in een file veroorzaakt
door wegenwerken …). Nochtans is het uitdagend om ons te spiegelen aan de transformatie
in de wegenbouw en ons de vraag te stellen in hoeverre bijvoorbeeld het
personeelsbeleid in ondernemingen in dezelfde mate geëvolueerd en
gemoderniseerd is. Mijn conclusie zou zijn dat het beter kan, dat HRM in heel
wat bedrijven nog op een kruispunt staat, aarzelend tussen het voortzetten van
de reisweg op een hobbelige kasseistrook of het inslaan van een alternatieve
route op een brede boulevard.
Ik ben ervan overtuigd dat de weg van de toekomst niet de kasseiweg is,
maar de brede boulevard. HRM moet de ambitie hebben om door te groeien van een
uitvoerende groep kasseileggers, in de vorm van een management ondersteunende
dienst, naar een team van creatieve ingenieurs en landschapsarchitecten, in de
hoedanigheid van strategische partner van het management. Enkel op die manier
zal HRM erin slagen om in te spelen op de uitdagingen die gepaard gaan met de
snel wijzigende arbeidsmarkt. Enkel op die manier zal de bedrijfsleiding inzien
dat de uitdagingen van HRM uitdagingen zijn met een grote impact op de
realisatie van de corporate strategie.
In hun personeelsbeleid bevinden bedrijven zich in nog wel meer
opzichten op een tweesprong, in dubio over het continueren van de praktijken
uit het verleden of het zich eigen maken van de technieken van de toekomst. Zo kunnen
werkgevers er in tijden van schaarste voor opteren om talent ofwel massaal te dumpen,
ofwel massaal te recupereren. Maar hoe kan men met oprechtheid spreken over een
duurzaam personeelsbeleid als bijvoorbeeld de cv’s van vijftigplussers gewoonweg
genegeerd worden, terwijl ze bulken van de competenties die even zeldzaam als
noodzakelijk zijn om bedrijven op middellange termijn gezond te houden. Verder
moet er door organisaties worden ingespeeld op de spanning tussen de voordelen
die de invoering van een innovatieve arbeidsorganisatie met zich meebrengt,
versus de impact daarvan op wat het personeel beschouwt als verworven rechten. Zo
kan men in dit kader voor ervaren werknemers demotie plaatsen als een
negatief-sanctionerende maatregel of een positieve inhoud inzake remotie negotiëren
met de personeelsvertegenwoordigers. Zo kan men de werknemers de hefbomen geven
om zelf aan jobdesign te doen of men kan vasthouden aan een strakke top down en
Tayloristische wijze van arbeidsorganisatie. Aansluitend doet er zich vaak een
spreidstand voor tussen winstmaximalisatie in economische termen en het creëren
van maatschappelijke meerwaarde. De bedrijfsinterne contraintes “dwingen” HR
tot een minimale personeelsbezetting in functie van een zo hoog mogelijke productiviteit
en tot een “risicoloze” wervingsstrategie waarbij het rekruteren van witte
raven, de “cloning” van medewerkers , het uitgangspunt is. De maatschappelijke
omgevingsfactoren brengen een druk te weeg op HR gebaseerd op maximale
werkgelegenheidscreatie, meer diversiteit op de werkvloer en een sterkere
aandacht voor werkbaarheid. Bedrijven staan ten slotte ook voor de keuze om competenties
ofwel gesloten en defensief te beheren, dan wel voluit te gaan voor het
ondersteunen en aanmoedigen van interne en externe competentietransfers. Ik
kies voor de tweede strategie. Vooreerst tonen vele studies aan dat bedrijven
met een stevig HR-beleid met kansen op leren en loopbaanontwikkeling niet
hoeven te vrezen voor een massale turn-over maar meestal juist meer
gemotiveerde en geëngageerde medewerkers hebben. Bovendien is open HR-innovatie
ook de moeite waard. Waarom niet via creatieve formules van co-sourcing,
pooling, gemeenschappelijk competentiebeheer e.d.m. zorgen voor
competentiedeling of het recycleren van competenties. Zelf ben ik in ieder
geval van mening dat de kans op succes het grootst zal zijn voor die
ondernemingen die durven delen, omdat het enkel door kruisbestuiving of zelfs
het uitwisselen van personeel nog zal lukken om de juiste profielen op het
juiste moment in te zetten op de juiste plaats.
Wie op een kruispunt staat, is gebaat bij betrouwbare wegwijzers. Zo ook
hebben bedrijven in de keuzes die ze moeten maken met het oog op de
totstandkoming en daadwerkelijke uitvoering van de bedrijfsstrategie, nood aan
een modern HRM. Een modern HRM is een HRM dat de weg baant voor de
veranderingstrajecten van de organisatie en de betrokkenheid van het personeel
doorheen alle transities verzekert. Het is een HRM dat brede boulevards
aanlegt, dat zelf bewuste keuzes maakt bij het ontwerpen van een
personeelsbeleid en dat als adviseur mee de weg uitstippelt die een organisatie
bij haar bestemming zal brengen, ook als het weer tegenzit of als er
verkeersopstoppingen zijn.
Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
Gedelegeerd bestuurder
VDAB
Geen opmerkingen:
Een reactie posten