maandag 27 oktober 2014

Trek




Deze zomer was ik een bevoorrechte getuige van de “Grote Trek van de Gnoes”. Deze trektocht, ook bekend als the Great Migration bij National Geographic , speelt zich jaarlijks af tussen de reservaten van Serengeti in Tanzania en Masai Mara in Kenia. Méér dan 1 miljoen wildebeesten verhuist dan van de droge, afgegrazen vlaktes naar de verse, voedselrijke gebieden en duldt daarbij het gezelschap van duizenden zebra’s en Thomson- en Grantgazellen. De tocht is evenwel niet zonder risico’s want de gnoes moeten de soms kolkende rivieren Mara, Talek en Sandriver met hun steile oevers oversteken. Bovendien liggen roofdieren en -vogels voortdurend op de uitkijk op zoek naar gemakkelijke prooien. Zij volgen immers de trek op de voet en storten zich op geïsoleerde of zwakke wildebeesten. Bij de oversteek van één van de rivieren zagen we enkele hongerige leeuwen op de loer liggen en een aanval op de kudde inzetten; in de rivier lagen enkele enorme Nijlkrokodillen te wachten om de karkassen van vertrappelde of bezweken dieren op te peuzelen. De oversteek loont evenwel want aan de overkant is het gras veel groener en hoger. Daar blijven ze dan ook grazen tot in november om dan weer naar de Serengetivlakte af te zakken waar ze zich kunnen voeden met het nieuwe gras en kunnen jongen. De kalveren krijgen daar de tijd om kracht te verwerven om vanaf mei-juni op hun beurt de grote tocht mee aan te vatten
Kunnen wij iets leren van de gnoes? Ik geef toe dat ze een lage aaibaarheidsfactor hebben en klaarblijkelijk niet op de eerste rij stonden bij de schepping maar dat mag ons toch de vraag niet doen ontwijken! Ik zie dat we ons soms minder slim dan de wilde beesten gedragen op de arbeidsmarkt… We zien immers op de Vlaamse arbeidsmarkt al lang met z’n allen met de vergrijzing en de toenemende kwalitatieve mismatches een droogte aankomen. Desondanks blijven we zoals sommige springbokken tegen mekaar vechten voor de laatste sprietjes gras…  We werpen ons immers vanuit human resources op de overblijvende sprietjes op de arbeidsmarkt:  de witte raven, de vaste loopbaan, het uitgedroogde rivierbekken van de jobzekerheid en de verworven rechten, …

De moed ontbreekt ons om zoals de gnoes enkele wilde rivieren over te steken. Die oversteek ontsluit nochtans de toegang tot een talentrijke arbeidsmarkt met zijn groene grasvlakte van duurzame, leuke loopbanen… En ja, wellicht zijn er hier risico’s aan verbonden maar dat betekent toch niet dat we stil moeten blijven staan op de uitgedroogde kant noch dat we de risico’s weerloos moeten aanvaarden… Het is geen survival of the fittest waarbij we jonge, inactieve of zieke talenten moeten opgeven en achterlaten… Dat doen de gnoes trouwens ook niet… Toen de leeuwen in ons bijzijn al brullend de aanval openden op enkele jonge wildebeesten sprongen de volwassen mannetjesgnoes onmiddellijk in de bres en schermden ze de jonge dieren af. Ze willen immers de oversteek samen maken…
Hopelijk hebben de gnoes jullie trek gegeven om ook op de arbeidsmarkt de grote oversteek te maken. Inspiratie nodig? Lees dan “Travailler Pour Soi” van Dennis Pennel, “Mijn Werk. Maatwerk” van David Ducheyne en Frank Vander Sijpe of mijn boek “Werk Aan Werk”. Als we willen kunnen we samen de migratiebeweging maken naar de transitionele arbeidsmarkt met de focus op duurzame loopbanen.

Fons Leroy
Gedelegeerd Bestuurder
VDAB

woensdag 24 september 2014

HANDELAAR–IN–INFORMATIE

De VDAB heeft als publieke bemiddelingsdienst gedurende de recente decennia een gigantische transformatie doorgemaakt. Van een ( juridische) monopoliepositie op de Vlaamse arbeidsmarkt naar een gemengd beheer van de arbeidsmarkt… Van een centrale actor die gefocust was op de uitbouw van het eigen aanbod naar een arbeidsmarktregisseur die ook externe expertises bij partners en intermediairen op de arbeidsmarkt aanspreekt. Van een organisatie die de werkzoekenden als prioritaire doelgroep had naar een organisatie die werkzoekenden en werkgevers als gelijkwaardige klantengroepen vooropstelt en die er morgen ook is om werkenden te faciliteren bij loopbaankeuzes. Processen die met vallen en opstaan vorm kregen en krijgen maar steeds meer met een groter draagvlak bij alle arbeidsmarktactoren.

Maar de arbeidsmarkt van morgen brengt nieuwe en scherpere uitdagingen met zich mee. De vergrijzing slaat massaal toe, de demografische ontwikkelingen zorgen er voor dat er slechts acht jonge intreders staan ten opzichte van tien uittreders, de kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod zet zich door,… Tijd om echt werk te maken op alle échelons van “met méér mensen langer en anders werken”! In dat perspectief zal de VDAB  niet alleen de ingeslagen wegen verder moeten bewandelen zoals een sterke regie over de Vlaamse arbeidsmarkt voeren, publiek – private partnerschappen bevorderen, een slim activeringsbeleid verder uitrollen, de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt beter regisseren, … Daarbij kan ze zich bedienen van de nieuwe hefbomen die de zesde staatshervorming met zich meebrengt; die laten toe het  activeringsbeleid eenduidiger en coherenter te implementeren met minder “planlast” voor werkzoekenden én werkgevers maar met een hogere effectiviteit. 

Maar de weg voor de toekomst ligt voor de VDAB méér en méér in de rol van “handelaar-in –informatie”. Door dataverzameling en datamining kunnen nieuwe, proactieve services op de arbeidsmarkt aangeboden worden ten voordele van alle arbeidsmarktspelers.

De VDAB bezit immers een rijkdom aan data zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde. Zo vergaren we elk jaar data van enkele honderdduizenden werkzoekenden en eveneens van tienduizenden vacatures in bedrijven. Deze data zullen nog toenemen met de uitbouw van het loopbaanbeleid dat zich ook tot de werkenden richt.
Met slimme technologie kunnen we gegevens met elkaar verbinden en bewerken en hierdoor nieuwe proactieve arbeidsmarktdiensten aanbieden .

De datamining moet ons bijvoorbeeld toelaten elke werkzoekende correct te positioneren op de hitparade van de arbeidsmarkt, hem een rangschikking aan te geven mbt zijn jobkansen, door profielvergelijkingen met peergroups hem beter te oriënteren. Door de evoluties inzake competentievereisten vermeld in vacatures te detecteren, kunnen we veranderingen op de werkvloer in kaart brengen en die onmiddellijk vertalen in nieuwe beroeps -, onderwijs- of opleidingsprofielen. Werkgevers die een bepaald “consumptiegedrag ” inzake wervingen en selecties vertonen, kunnen we “ amazon gewijze” informeren wanneer er zich passende profielen op de arbeidsmarkt aandienen, ook al is er nog geen zichtbare vacature,… Werkenden met loopbaanvragen kunnen we door slimme gegevensbewerkingen beter gidsen naar de meest geschikte loopbaanbegeleider maar ook doen nadenken over facetten die bij gelijkaardige, eerdere loopbaanvragen tot uiting kwamen zoals bijvoorbeeld ergonomische aspecten, jobsplitsing, jobrotatie of –crafting, opleidingsbehoeften,…

Kortom als handelaar-in-informatie kunnen we als VDAB de goede werking van de arbeidsmarkt op alle niveaus, van micro over meso tot macro-niveau, beter faciliteren. Daar ligt onze toekomst!


Fons Leroy

Gedelegeerd bestuurder VDAB

maandag 8 september 2014

Het einde van het salariaat!?

Dennis Pennel, secretaris-generaal van CIETT, de mondiale federatie van de private bemiddelings- en tewerkstellingsdiensten, zorgde recent voor enig ophef door in een interview in Le Nouvel Observateur het einde van het salariaat aan te kondigen. Wie zijn recent boek “Travailler pour soi : Quel avenir pour le travail à l'heure de la révolution individualiste?“ heeft gelezen zal niet verbaasd zijn over deze uitspraak maar dit kunnen kaderen in een uitgewerkte en onderbouwde visie over de toekomst van de arbeid. Het is niet zoiets als het door de Maya’s aangekondigde einde van de wereld waarbij het gissen was over de hypotheses, de context, de betekenissen… Pennel onderstreept zijn verhaal door de mythe van de arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, het vast contract, te doorprikken. Dit contract is niet alleen doorheen de tijd bekeken eerder een uitzondering dan algemene regel maar is vandaag ook in de mondiale context niet de determinerende factor om arbeidsverhoudingen te regelen. Liefst 60% van de mondiale werkende bevolking heeft immers geen formeel contract, laat staan… een contract voor onbepaalde duur. Daarenboven stelt de auteur vast dat in landen zoals België en Frankrijk waar alles nog draait rond een contract van onbepaalde duur er méér en méér andere vormen zijn opgedoken: interimcontracten, contracten van een bepaalde duur of een bepaald werk, freelance-afspraken, managementovereenkomsten, werkervarings-, inwerk- en stage contracten, individuele beroepsopleidingen in bedrijven, leercontracten, werfcontracten, projectmanagementafspraken, specifieke regels voor artiesten, beroepssporters, enz … Om nog te zwijgen van de arbeid als zelfstandige of de bijberoep-regelingen …

Bovendien is de context die noodzaakte de arbeidsverhoudingen strak te regelen binnen een arbeidsovereenkomst fel gewijzigd. De Fordistisch-Tayloristische arbeidsorganisatie ging gepaard met de bloei van de klassieke arbeidsovereenkomst. Maar met de technologische ontwikkelingen, de uitbouw van een kennis- en diensteneconomie, de toegenomen scholingsgraad, het accent op empowerment van medewerkers en de kijk op arbeid van de nieuwe generaties medewerkers verdwijnen heel wat componenten van de klassieke wijze van ordening van de arbeidsverhoudingen. Dit heeft volgens Pennel als positief effect dat de klassieke verhoudingen waarbij er sprake was van ondergeschikt verband van de werknemer t.a.v. “de baas”, geleidelijk vervangen worden door gelijkwaardige verhoudingen. In die zin verdwijnt op termijn het salariaat. M.i. wordt deze evolutie nog versterkt door andere factoren en evoluties zoals het toegenomen belang van “werkbaar werk”, de focus op “het nieuwe werken”, de waarde die aan open innovatie wordt gehecht en het oprukkend discours van stakeholdersparticipatie en –involvement…

Droom of utopie? In plaats van angstvallig vast te klampen aan een “verouderd” model lijkt het me veel wenselijker om na te gaan hoe we een nieuw model kunnen opbouwen waarbij niet langer het contract onder welke vorm dan ook centraal staat maar wel de loopbaan. Het pleidooi van Dennis Pennel “sécuriser les parcours professionnels et non les emplois” loopt hier samen met het lezenswaardig rapport van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “Investeren in werkzekerheid” waarbij werkzekerheid wordt afgezet t.a.v. jobzekerheid. Het paradigma van loopbaanzekerheid veronderstelt wel een coöperatief model waarin alle spelers zich volmondig inschrijven (werknemers, bedrijven, overheid, …) en samen de vorm bepalen. Een kanttekening bij Pennel is dat het in dat kader niet volstaat om het arbeidsrecht – zowel individueel als collectief – te herdenken maar dat ook de institutie van Sociale Zekerheid de revue moet passeren. Pennel stelt wel de noodzaak van “collectieve actie” vast maar plaatst dit hoofdzakelijk in een context van corporate and individual social responsibility. Daarmee gaat hij voorbij aan de waarde van solidariteit die het sociale zekerheidssysteem schraagt. Je kan immers niet enkel solidariteit laten afhangen van benevolente acties van actoren maar je moet dit ook structureren. Immers het verzekeren van een kwalitatief loopbaanparcours voor iedereen veronderstelt dat bestaande nieuwe sociale risico’s (bvb. hogere gevoeligheid inzake transities, minder mogelijkheden inzake inzetbaarheid, gebrek aan mobiliteitsmogelijkheden, … ) worden opgevangen in een gesolidariseerd verzekeringssysteem en niet enkel via individuele ondersteuningsmaatregelen, die te vaak selectief en afromend werken.

Maar hoe dan ook … Pennel geeft stof tot nadenken voor iedereen die bekommerd is voor de toekomst van werk en de arbeidsmarkt.

Het einde van het salariaat als begin van een loopbaan-partenariaat!?


Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder
VDAB